J. Bernardt Running Days

Play It Again Sam
Running Days

Na drie prachtplaten en zes jaar onafgebroken touren besloot Belgische indietrots Balthazar een sabbatjaar in te lassen. Met de moedergroep on hold, schoten de zijprojecten als paddestoelen uit de grond. Eerst Warhaus, daarna Zimmerman en nu komt dus ook Jinte Deprez met zijn solo-album naar buiten.

In tegenstelling tot het soloproject van Maarten Devoldere ligt de sound van zijn frontbroer mijlenver verwijderd van Balthazar. Waar Warhaus de herfst is, verkondigt J. Bernardt de lente. Maar bij beiden spat de seks ervan af. Op de ene plaat tussen de kaarsen, bij de ander op de dansvloer.

Nog een gemeenschappelijke deler van beide solowerken is de voorliefde voor de koperblazer. Bij de één spaarzaam, bij de ander door de synthesizer gejaagd, verkapt en gesampled.

J. Bernardt is een vage verweving van r&b en soul-geïnjecteerde elektronica. Naast de baard merk je ook in zijn muziek heel wat invloeden van Nick Murphy, the artist formerly known as Chet Faker: zwoele melodieën, dansbare ritmes en pulserende baslijnen en die heerlijke onomatopeeën.

Al vanaf opener On Fire mmmmmmm’t Jinte B. Deprez Crash-Test-Dummiesgewijs volledige gospelkoren bij elkaar. Een James Blakepianomotiefje, een strakke drumloop, Jinte neemt meteen stijlvol afscheid van de eerste Balthazartrilogie: “No way back to were we came from and no way to get on ahead”

In The Other Man swingt en groovet het en via de denderende synthtrompetten en zware pianoklanken stuurt Deprez de song richting triomf. En in The Question breekt de structuur van de poppy r&b, zoals Alt-J dat kan, maar Deprez houdt het tenminste dansbaar en oprecht. Meer dan een koebel en een exotische melodie, geproduceerd door een gesamplede Ngoni, een traditionele luit uit de Afrikaanse Westkust, heeft J. Bernardt daarvoor niet nodig.

Deel twee van de plaat wordt ingeluid door het High Low (Interlude) waarop we voormalige partner Elke De Mey van Love Like Birds horen. “Take me all the way, take me to the high when I feel low”.

Running Days draait niet puur om de zomerse vibes. Dieper duikend in de gedachten en teksten van J Bernardt is niet alles rooskleurig. Jinte zelf noemt het "crydisco". Aan de oppervlakte is het nachtleven baas maar in de ondertonen duikt de underground van de romance op. Mijmerend komen de twijfels over de liefde en ouder worden boven water en keert hij zichzelf binnenstebuiten. Crying at the discotheque zonder in dramatische clichés te vervallen.

Toch blijft het album in functie van Het Lied. En Jinte weet hoe hij een goede song schrijft. Live wordt hij dan wel bijgestaan door de mannen van Pomrad, maar het album heeft hij helemaal zelf opgenomen bij hem thuis in Gent. Het is verbazingwekkend hoe helder en zuiver de plaat klinkt. Waar buitenlandse artiesten zoals Sohn resoluut kiezen voor het zweverige, galmende aureool, wil J Bernardt neonverlichting boven je hoofd zien hangen. Het toont nog maar eens aan hoe onderschat Jinte Deprez is als producer.

Perfect voorbeeld: vooruitgestuurde single Wicked Streets. Opnieuw die heerlijke blazers en de diepe subs als vrienden op de dansvloer. Het wordt compromisloos uitbarsten zonder het geheel uit het oog te verliezen, waarvoor hij zijn typisch Balthazargitaargeluid, in een funky jasje, nog eens terug bovenhaalt.

Na Wicked Streets neemt Jinte even gas terug in My Own Game waarin hij even transformeert in een blanke D’Angelo en later in Motel met een slome beat die van Japans hiphopproducent Nujabes kon zijn. Met de titeltrack sluit hij het album (en zijn twintigersjaren) bombastisch af. Als we erover nadenken: Op 'Running Days' vraagt J. Bernardt zich niet af waar hij van wegloopt, maar waarheen het allemaal zal leiden.

Deze zomer is J. Bernardt te vinden op verschillende festivals en op 6 oktober speelt de band in de Ancienne Belgique.


15 juni 2017
Lowie Coolsaet