Innerwoud - Mirre

Consouling Sounds

Een plaat van man en contrabas waarbij de man zelfs niet zingt. Een vermelding als “neo-klassieke solo contrabas drones muziek”. Dat belooft. Pieter-Jan Van Assche zoekt niet enkel meer moeilijke, minimalistische muzikale wegen op, maar daagt zijn instrument op debuut ‘Mirre’, mits elektronische manipulatie, ook uit om tot het allerdiepste te gaan.

Mirre





‘Mirre’ bevat vier composities die geen sprankel optimisme of vrolijkheid doorlaten. Vier keer op rij penetreert Innerwoud met zijn soundscapes in de diepste zielkrochten via een auditieve zoektocht die de grenzen van bassen en duisterheid aftast. De plaat opent met een donkere, loodzwaar op de maag liggende drone die in feite pas ophoudt wanneer de laatste muzikale seconde gepasseerd is. Langzaam maar zeker gaat de ronkende, zinderende bassnaar op zoek naar vorm en structuur. Soms leidt dat tot een ritmische versnelling, maar al te vaak blijft het nummer steken in een sombere, grommende sfeerprent met zwaar zoemend gestrijk.

Opvolger Nachtkus ademt zo mogelijk met nog diepere bassen in en uit, met gitzwart gebonk en een paar mysterieuze tikken met de strijkstok. Dit schouwspel zit in zo’n zware frequentie, dat een onophoudelijk dreigend geronk met af en toe wat sterkere accenten overblijft. Halfweg wordt de track echter opgesmukt met druppelende tokkels en melancholische aanstrijken, waardoor de titel van het nummer beter zou omgetoverd worden tot Ongeneesbare Droefheid.

De titeltrack opent met een cadans van bonkende reuzenstappen die overgaat in een grauwgrijze drone. Hoge, ijle zang (jawel!) treedt het geheel bij: haast bezwerend en esoterisch. Heel even wordt ook een hogere snaar beroerd, als een enkele glimp van summier optimisme. Maar dan bereikt dit album zijn absolute zwaartepunt met afsluiter Sterveling: een auditieve lijdensweg die bijna een kwartier lang duurt. Ook nu opent het geheel weer met een donkere, aangestreken drone, die traag omwentelt en waarnaast voorzichtig een tweede snaar neerstrijkt.

Moedeloos, desolaat, op sterven na dood. Langzaam ontweekt een melodie, een tranendal des doods, mijmeringen over wat ooit leven was. De wollige, zwarte ondergrond blijft echter als een kankergezwel aan deze track kleven en sleept hem ten langen leste mee in een nihilisme van industriële ruis en holle oversturing, metafoor voor de genadeloze dood.

Stilte.

16 december 2015
Johan Giglot