Ikarus Chronosome

Ronin Rhythm Records
Chronosome

Ikarus, in de Griekse mythologie de zoon van Daedalus die te dicht bij de zon ging vliegen. Maar ook een figuur waar de Zwitserse jazzgroep zich door liet inspireren. Op het door Nik Bärtsch (Ronin,...) geproduceerde album 'Chronosome' (de opvolger van het in 2015 uitgekomen 'Echo') presenteert het kwintet een fascinerend verhaal.

Met zijn vijven vormen ze Ikarus: de uit Zürich afkomstige slagwerker-componist Ramón Oliveras (JPTR, Punkt3,...), bassist Mo Meyer, pianist Lucca Fries en vocalisten Andreas Lareida en Stefanie Suhner. Samen zijn ze goed voor een mengsel van progressieve jazz, (ritual, minimal) groove en ijselijke soundscapes.

Het is wat wennen aan de sound die Ikarus brengt, maar het blijft toegankelijk. Zeker voor fans van de bezwerende ritual groovemusic van componist Nik Bärtsch zal de sound herkenbaar zijn. Ondanks de verwantschap zijn er nochtans ook verschillen op te merken. Zo ligt bij Ikarus de focus veel meer op het vocale spel, daar waar bij Bärtsch vooral de intrigerende interactie tussen de muzikanten prominent naar voren komt.

Opener Caliph vangt dan ook aan met vocale interactie, waarna piano en ritmesectie erbij komen. Toch duurt het niet lang vooraleer de song stevig uit de voegen barst. Na een minuutje of twee volgt er een passage met hevig hamerende drums, waardoor de groep ook vanwege de ijselijke stemmen gaandeweg aan intensiteit wint.

Holocene drijft op subtiele ritmes en percussie, een handvol zachte pianotoetsen en vocaal werk. Het zet aan tot dromerig indommelen, althans tot er verschillende Lynchiaans donker klinkende, door piano gedreven wendingen opduiken die de song een zekere inkleuring en dynamiek geven. Het talent van de muzikanten komt bovendrijven in groovende tracks als Ryuujin en het speelse Ontake, die goed passen bij de ritueel-minimalistische trance die ook Nik Bärtsch vaak tot stand brengen, al ligt het experiment van pakweg The Colorist & Emiliana Torrini evenmin veraf. Met het korte, maar in al zijn eenvoud krachtige en pakkende interludium Nocturne brengt het Ikarus collectief structuur in het geheel aan.

Het moeilijke aan dit album is vooral de opvallende aanwezigheid van de hoge, ijselijk koude vocals in een nummer als Obscura. Die vormen een extra laag in het brede geluid en zorgen soms voor contrast met de nochtans goed in het oor liggende muziek. Soms zorgt het voor speelsheid, maar het kan helaas vaak ook iets te druk klinken.

De groep experimenteert met ritmes tijdens het hitsige Subzero en met het knappe Origin bewijst ze dat de stemmen wel voor meerwaarde kunnen zorgen. Naar het einde toe zoekt het experimentele collectief het zoete en het dromerige (Magellan, Equilibrium) op.

In net geen drie kwartier dompelt het Zwitserse Ikarus je onder in een heel andere, bijzondere belevingswereld. Het loont het zeker de moeite om het werk van Ikarus te ontdekken, vooral ook omdat de combinatie tussen visuele inkleding, akoestiek en muziek erg goed werkt.


1 april 2017
Philippe De Cleen