Iggy Pop - Post Pop Depression

Loma Vista Recordings

Eerlijk is eerlijk. Dit is een plaat van Iggy Pop. Dus het feit dat een aantal Queens Of The Stone Age meespelen of er een Arctic Monkey achter de drumset zit, is geheel ondergeschikt. Het feit dat de rock-n’-rollster, die al enkele jaren en platen – met wisselend succes - zijn muzikale grenzen tracht te verbreden, nu terug de weg heeft gevonden naar solide gitaarsongs, daar gaat het hem om.

Post Pop Depression





Zeventien platen, bijna zeventig jaar en wel zeven maal zeventig artiesten met wie James Newell Osterberg ofte Iggy Pop inmiddels samenwerkte: dan is de drang om echt te presteren er wel wat af. De zowat laatste, levende rocklegende uit de sixties, die nog vlot het podium beklimt en er al even vlot durft af te duiken, is met ‘Post Pop Depression’ aan zijn tigste nieuwe hoofdstuk toe.

Al even eerlijk? Dit album heeft een stuk minder wilde haren dan verwacht. De (slechts) negen uitgebrachte nummers klinken aanvankelijk zelfs technisch gecompliceerd, een beetje geniepig en geveinsd sensueel. Iets waarbij enkele jazzy pianoakkoorden niet misstaan, waarbij de man zijn op zich al donkere, doorleefde zang ontdubbeld wordt met een galm die knipoogt naar de in grandeur uit het leven gestapte, muzikale kameraad David Bowie.

Een ondergrond van kronkelende basgitaar die voortdurend op zoek is naar een melodieuze houvast, de wat tegendraads, hoog schurende gitaar van Josh Homme, songs die een grillige structuur kennen vol wendingen en valse plotten: het is echt even wennen. De samenwerking tussen Homme en Pop ving aan met een brief over de avonturen van die laatste met Bowie en dat heeft er precies voor gezorgd dat de geest van de Thin White Duke alomtegenwoordig is, hoewel zelfs die allicht niet had kunnen verzinnen om een nummer als Sunday plots te laten uitmonden in een klassieke polka met strijkersensemble en koperblazers.

En dat zorgt natuurlijk voor enige teleurstelling bij de grote massa, die graag de energie van The Stooges of Iggy Pops onstuimige podiumprestaties opnieuw op plaat had gezien. Geheel onterecht. Dit nogal complexe album doet niet anders dan triggeren. Er zijn immers vandaag de dag figuren genoeg te vinden die de plaats van het schreeuwerige Vulture zouden kunnen invullen (“That black vulture has got no shame / He tells a lie, cheats, steals and frames”): een song waarin korte, opklimmende riffs, klokkenspel en een marcherende snaredrum voor een ongemakkelijk onderhuids gevoel zorgen. En over riffs gesproken, de kronkelende, grollende baslijnen die doorkruist worden door een glijdende gitaar in German Days waarover de pensioengerechtigde zanger zijn stem laat galmen, vormen een ingenieuze muzikale puzzel.

Producer Josh Homme heeft duidelijk zijn werk gehad. Het kostte slechts twee weken om deze songs in te spelen, maar allicht een veelvoud om dit geheel in elkaar te schuiven. Dit is geen doorsnee rockmuziek, maar een ingenieus in elkaar gestoken kluwen van netjes opgebouwde partijen. Dat maakt dat elk van deze negen songs, waarvan vaak het meest eenvoudige ingrediënt nog wel de alom herkenbare stem van Iggy Pop is, eenvoudigweg eist om langzaam en met veel genot te laten doordringen.

Want laat dat ook duidelijk zijn: de voortdurend opstekende, melodieuze verwennerijen en erg ongedwongen, zelfs wat lazy uitstraling van ‘Post Pop Depression’, is een waar genot. “Wild animals / they do never wonder why just to do what they goddamn do”. Ronduit geniaal. Moeten daar nog meer woorden aan vuil gemaakt worden?

18 maart 2016
Johan Giglot