Honeyblood Babes Never Die

Fatcat Records
Babes Never Die

Op de cover van de nieuwe Honeyblood staat een jong, verwilderd meisje met felle, donkere ogen dat recht in de lens blikt. “Mij krijg je er niet onder”, lijkt ze te zeggen.

Het zou zo maar een boodschap kunnen zijn van zangeres en gitariste Stina Tweeddale richting haar vorige drumster Shona McVicar die Honeyblood in de steek liet, amper twee maanden na de release van de debuutplaat van het duo uit Glasgow. De waarheid wil echter dat Tweeddale er aan NME een andere uitleg aan gaf: zij wilde het idee van het kleine, kwetsbare meisje doorbreken en de kleine wildebras, die zij zelf ooit was, eren.

Een wildebras is Tweeddale nog steeds. Samen met haar nieuwe partner-in-crime Cat Myers en producer James Dring (Gorillaz / Jamie T) werkte ze aan de spiermassa van haar songs en dat resulteerde in een plaat vol van zelfvertrouwen bulkende, grungy garagerock met hier slechts een enkele ballad als adempauze en wat moderne elektronica om niet te fel te klinken als een meidenband uit de nineties.  

Het begint al met de door Waking The Witch van Kate Bush geïnspireerde intro die de perfecte inleiding is voor opener Babes Never Die waarin Tweeddale toch echt wel een boodschap heeft voor iemand: “Thought I'd go up in flames, is that alright? / Strike the match and set me alight / You can watch my fire burn bright / 'Cause babes never die.” Ook verderop bij het bitterzoete Hey Stellar moeten wij onwillekeurig aan McVicar denken.

Het is maar een opstapje naar het nog fellere Ready For The Magic met zijn furieuze tekst, zijn jagende gitaar en zijn “badass” baslijn en het van girlpower openbarstende Sea Hearts waarin de twee dames met veel plezier getuigen van alle harten die ze braken als waren ze Anne Bonny en Mary Read zelf die harten gingen roven.   

Het is pas in Love Is A Disease dat de twee vrouwelijke piraten middenin even gas terugnemen, al houden ze het niet lang en barst de song in een zee van fuzz en met een beukende drumsolo weer open. Hoe verder het album vordert, hoe donkerder de sfeer wordt. Walking At Midnight baadt al in donker mysterie, maar pas bij Sister Wolf komt de weerwolf in Honeyblood naar buiten. Wat een contrast met de ontroerend eerlijke ballade Cruel, al bekent Tweeddale ook hierin wat een bitch ze kan zijn.

Afsluiten doet Honeyblood met wat goede raad in het nochtans grimmige Gangs waarin Tweeddale getuigt over de sociale ongelijkheid waarmee ze te kampen had in het Glasgow van haar jeugd. “Don't let your fears, don't let your fears / Keep you here / They'll turn into quicksand”, klinkt het.

Drijfzand, dat is ook deze plaat, maar dan op een positieve manier. De songs zijn van die aard dat ze je dieper en dieper in het album zuigen en dat je eigenlijk niet wil dat ze loslaten. 


December 22, 2016
Marc Alenus