Harrys Gym - Harrys Gym
Universal Music Group
Mattias Devriendt — 19 mei 2010

Als u geen zin heeft om deze recensie volledig te lezen, onthoud dan gewoon de volgende bandnaam: Harry’s Gym. Het Noorse viertal heeft met zijn gelijknamige debuutalbum werkelijk een uitzonderlijk goede plaat afgeleverd. En hoewel het de recensies tegenwoordig wel eens aan kritiek ontbreekt, kunt u het van ons aannemen: deze band heeft potentieel zat.
Veel poespas over bandleden, ontstaan van de groep en andere biografische gegevens zullen we u besparen, want er is te veel te vertellen over het muzikale luik van dit kwartet.
Eerst en vooral is de stem van Anne Lise Frøkedal van dezelfde 'kweek' als die van Karin Dreijer Andersson van The Knife, die de progpop van het gezelsschap in ieder nummer zeer duidelijk stuurt. Zowel in het hoge register als in het lage weet ze te beklijven.
Dat haar fraseringen goed gekozen zijn, is een understatement. Geen zin te veel en geen stemtrilling die niet weet waar ze heen gaat. Het resultaat is dat je elk nummer na één luisterbeurt onmiddellijk herkent.
Dat de stem daarvoor niet alleen verantwoordelijk is, bewijst het arrangement van Attic. De gitaarpartijen lijken zo weggelopen uit het hardere werk van Muse en lopen er enig mooi onder een boog van melodische belletjes en vibrafoongeluiden. Whisper valt na het openingstrio iets zwakker uit, maar dat heeft alleen maar te maken met het hoge niveau dat Harry’s Gym weet aan te houden.
Maar de band klinkt niet alleen gespierd, gelaagd en vocaal zeer overtuigend, ze streelt ook haar luisteraar. The Dharma Bums, genaamd naar de overbekende roman van Jack Kerouac, voelt op deze plaat een beetje aan als de Frozen van Madonna of de Teardrop van Massive Attack.
De synths aan het begin doen ons denken aan Don’t Speak van No Doubt, maar gaandeweg ontplooit dit nummer zich tot een enig mooie en intieme ballad, waarin de stem van Frøkedal alle registers opent. Geweldig nummer.
Dat ook The Escape met een opzwepende ritmesectie je op de fiets sneller vooruit jaagt en het met elektronica doorspekte Someone New qua structuur je een heel nummer lang meesleept, maken van deze debuutschijf een brok voor de eindejaarslijstjes.
Op deze tienkoppige, Noorse draak staat het beste dat wij dit jaar al hoorden. En u weze gewaarschuwd: draken kunnen hevig klauwen.
Eerst en vooral is de stem van Anne Lise Frøkedal van dezelfde 'kweek' als die van Karin Dreijer Andersson van The Knife, die de progpop van het gezelsschap in ieder nummer zeer duidelijk stuurt. Zowel in het hoge register als in het lage weet ze te beklijven.
Dat haar fraseringen goed gekozen zijn, is een understatement. Geen zin te veel en geen stemtrilling die niet weet waar ze heen gaat. Het resultaat is dat je elk nummer na één luisterbeurt onmiddellijk herkent.
Dat de stem daarvoor niet alleen verantwoordelijk is, bewijst het arrangement van Attic. De gitaarpartijen lijken zo weggelopen uit het hardere werk van Muse en lopen er enig mooi onder een boog van melodische belletjes en vibrafoongeluiden. Whisper valt na het openingstrio iets zwakker uit, maar dat heeft alleen maar te maken met het hoge niveau dat Harry’s Gym weet aan te houden.
Maar de band klinkt niet alleen gespierd, gelaagd en vocaal zeer overtuigend, ze streelt ook haar luisteraar. The Dharma Bums, genaamd naar de overbekende roman van Jack Kerouac, voelt op deze plaat een beetje aan als de Frozen van Madonna of de Teardrop van Massive Attack.
De synths aan het begin doen ons denken aan Don’t Speak van No Doubt, maar gaandeweg ontplooit dit nummer zich tot een enig mooie en intieme ballad, waarin de stem van Frøkedal alle registers opent. Geweldig nummer.
Dat ook The Escape met een opzwepende ritmesectie je op de fiets sneller vooruit jaagt en het met elektronica doorspekte Someone New qua structuur je een heel nummer lang meesleept, maken van deze debuutschijf een brok voor de eindejaarslijstjes.
Op deze tienkoppige, Noorse draak staat het beste dat wij dit jaar al hoorden. En u weze gewaarschuwd: draken kunnen hevig klauwen.
