Grails - Deep Politics
Temporary Residence Ltd.
Fabian Desmicht — 25 maart 2011

Grails staat ervoor bekend om zijn graal nogal rusteloos na te jagen. De discografie van het collectief uit Portland omvat ruwweg een tiental releases, uitgevoerd in stijlen die variëren van kamervullende postrock tot stonerprog. Op ‘Deep Politics’ pakt Grails uit met een vorm van instrumentale rock die voor de hand liggende prefixen als post-, kraut- en space- slim weet te omzeilen.
Eigenlijk klinkt de plaat vooral als een soundtrack voor een film die nog gerealiseerd moet worden. Blijkbaar is filmmuziek de dada van de bandleden. Wel, het is eraan te horen. Qua invloeden overheerst Ennio Morricone. Ook Clint Mansell (‘Requiem For A Dream’, ‘The Fountain’) en Philip Glass (‘Koyaanisqatsi') laten van zich horen. In I Led Three Lives vloeit dat alles mooi samen.
Deep Politics zou zonder veel moeite het thema van een orkestrale score kunnen zijn: de porseleinen piano, de aanzwellende strijkers in legato, het oosterse vleugje in de melodie, de onverwacht invallende drum,… het steekt allemaal vernuftig ineen. Er wordt bovendien nergens jacht gemaakt op gratuite effecten. Verschroeiende hoogtepunten worden angstvallig vermeden, maar met intensiteitswissels wordt wel gespeeld. Mede aan die beheerste dosering ontleent de plaat zijn glans.
Corridors Of Power is verderlicht, bedwelmend en met zijn Boliviaanse panfluiten ongetwijfeld goed meditatiemateriaal, wat voor een opmerkelijk contrast zorgt met het musculaire begin van de plaat. In het introspectieve Daughters Of Bilitis worden gierende gitaren onderdrukt door de zachte tonen van een Fender Rhodes. De twee songs zijn de serene buitenbeentjes van het album.
De zes andere composities zijn immers behoorlijk ambitieus en avontuurlijk aangelegd. Niet zelden waagt de band zich aan langere, meerledige stukken, waarbij de rode draad al eens zoek raakt in de dichte texturen, zoals in Almost Grew My Hair en Deep Snow.
Future Primitive toont echter dat Grails veelzijdig genoeg is om zich niet aan die formule vast te klampen. Het openingsnummer evolueert in één beweging, passeert onderweg even een volkse buurt in Istanbul en neemt er een mooi geweven tapijtje mee – vermoedelijk van Pink Floyd-wol –, dat naar het einde toe in al zijn pracht wordt uitgespreid.
Grails hanteert een luchtige en toch grootse sound met spitse duels tussen heldere en overstuurde tonen en een hoofdrol voor dikbesnaarde akoestische gitaren en sierlijke strijkers. In combinatie met een gezonde dosis drama wekken de instrumentals net voldoende verbeeldingskracht op om van ‘Deep Politics’ een plaat te maken om te koesteren.
