Fred Hersch Trio Sunday Night At The Vanguard

Eigen beheer
Sunday Night At The Vanguard

Ongeacht of hij nu solo of in triobezetting opduikt, Hersch blijft onnavolgbaar. Zijn liefde voor de legendarische Vanguard wordt hier nog maar eens gedocumenteerd. Dexter Gordon speelde er een set speelde en noemde de plek de "ideale, echte jazzervaring". Hij speelde er als sideman talloze keren, maar na 'Alone At The Vanguard' en 'Alive At The Vanguard' speelt hij op dit album een ronduit heerlijke set met zijn trio (Hersch op piano, John Hébert op bas en Eric McPherson op drums).

Dat Hersch één van de meest talentvolle pianisten van zijn generatie is, bewees hij al op tientallen releases. Waarom dan dit 'Sunday Night At The Vanguard' ?  Gewoon omdat het een jazzclub is met een fantastische akoestiek. Of zoals hij het zelf zegt: "It's .. the best place in the world to play with a piano trio".

Op dit album drukt Fred Hersch zijn muzikale visie in de meest ideale omstandigheden uit. Hij is al enige jaren herstellende. Het verklaart waarom hij uiterst behoedzaam en delicaat met piano en het compositorische werk omgaat. Bij hem geen brute uithalen, geen tour de force zoals Brad Mehldau, een artiest die destijds les volgde bij Hersch, dat wel in zich heeft. In zekere zin zijn beiden uitersten: Mehldau, die niet zelden een compositie minutenlang rekt tot het wenkbrauwen doet fronsen, en Hersch, het stille genie die geniet van ingetogen elegantie.

De opname vond bijna niet plaats. Slechts op het allerlaatste nippertje besloot Hersch om er met zijn trio alsnog voor te gaan. En gelukkig maar, want dit 'Sunday Night At The Vanguard' is een pareltje. Het hier geboden materiaal wordt met respect en creativiteit behandeld. En in die volgorde.

Vanaf opener A Cockeyed Optimist, een Rodgers-classic, zit het trio "in the zone" en dat hoor je ook aan de registratie: opperste concentratie en zijdezacht, fluwelen spel. Ze lijken elkaar blindelings te vinden.

Het album biedt de volledige registratie van het optreden, aangevuld met twee stukken uit een tweede set. Hersch zelf begint steeds meer naar het poëtische, onaardse niveau van een Bill Evans te neigen, maar ook kompanen Hébert en McPherson doen een fantastische duit in het zakje. De helft bestaat uit eigen werk, de andere helft werd gevuld met blijvende inspiratiebronnen als Thelonious Monk (We See), Kenny Wheeler en zelfs moderne pop (For No One van McCartney) blijft niet onaangeroerd.

In het eerste deel krijg je de kriebels van een languit vloeiende compositie als Serpentine dat ondanks de onverwachte, spooky wendingen gewoon indruk maakt. Er is het heerlijk bruisende The Optimum Thing en het relatief korte Calligram dat aan Benoit Delbecq opgedragen wordt.

In de tweede helft wordt een twee minuten durende popriedel als For No One omgetoverd tot sprankelende, spannende pianojazz. Verder zijn er langere, meer uitgestrekte composities als Everybody's Song But My Own (Wheeler) en vooral The Peacocks (Jimmy Rowles), dat bewijst hoe Hersch en co zich languit wentelen in poëtische expressie. En dat Hersch er op het einde nog een schaamteloos romantisch, maar uiterst fragiel Valentine aan toevoegt - een fantastische bonus op een al even fantastisch album - pleit alleen maar in diens voordeel.

'Sunday Night At The Vanguard' is een topalbum van één van de meest intrigerende jazzartiesten. Achtenzestig minuten tijdloze heerlijkheid. Niet alleen voor luie zondagen, maar gewoon altijd goed.


January 30, 2017
Philippe De Cleen