Eye Vision And Ageless Light

The Laser's Edge
Vision And Ageless Light

Voor de psychonauten van Eye is de tijd zo’n vijfenveertig jaar geleden blijven stilstaan. Fans van vroege Pink Floyd horen een feest van herkenning op derde langspeler ‘Vision And Ageless Light’. Meteen de donkerste songcyclus van het spacerockcollectief uit Ohio. 

De onheilspellende intro tot Book Of The Dead doet ons afdalen in de graftomben van het oude Egypte. Lisa Bella Donna speelt op een vintage mellotron; geen digitale samples hier en dat hoor je. Futuristische elektronica neemt het dan over, alsof we in een timewarp geworpen worden.

Het uptemponummer Kill The Slavemaster is het eerste ensemblestuk; de bas gromt als een hellehond, de gitaarsolo’s klinken psychedelisch, de Fender Rhodes strooit snuifjes jazz. In de vervormde, vocale harmonieën richten de goden zich rechtstreeks tot de slaven met een niet mis te verstane boodschap.

Weldoordacht is het contrast tussen Searching en Dweller Of The Twilight Void. Terwijl de eerste song door de weerbarstige, gitzwarte ritmes tegen King Crimson aanschurkt, is de tweede een spirituele zoektocht middels akoestische gitaren, uitwaaierende koortjes en zweverige Moog-excursies.      

Maar de echte krachttoer komt pas met As Sure As The Sun. Zeventwintig minuten lang serveert Eye ons haar onaardse, kosmische visie op tijd en ruimte. Een juxtapositie van akoestische en elektronische elementen, waarbij de band zich weinig gelegen laat liggen aan herkenbare songstructuren.

De bucolische sfeer van een aards paradijs moet snel wijken voor slepende gitaren en dreigende mellotron; duistere onweerswolken pakken zich samen boven het romantische moment. Gitarist Jon Finley legt er de zweep op, ritmes stampen als het hoefgetrappel van apocalyptische ruiters, de drumsolo van Brandon Smith is een verre echo van Nick Mason op Floyds sixtiesalbums.

Maar iets over halfweg neemt de song een ingetogener pad dat luistert als een bezweringsritueel. Rond de twintigste minuut noteren we een wondermooie synthsolo. Alleen: het album had gloeiend van de koorts moeten eindigen, maar het slot mist de opwinding om dat waar te maken. Niettemin een verdienstelijke en erg mooie plaat voor de spacerock-affiniciado. 


18 maart
Christoph Lintermans