Elbow - Build A Rocket Boys!

Fiction

Met ‘The Seldom Seen Kid’ waren we drie jaar zoet  en we zijn er nog lang niet klaar mee. Wat niet wil zeggen dat we niet uitkeken naar het nieuwe album van Guy Garvey en zijn kompanen. Integendeel, nadat de band ons eind vorig jaar met het schitterende voorproefje Lippy Kids terug naar onze jeugd katapulteerde, telden we dagen tot de release van ‘Build A Rocket Boys!’.

Build A Rocket Boys!





Elbow neemt ons op zijn vijfde studioalbum mee op een trip langs memorylane. En we kunnen nu al verklappen dat we daar in het gezelschap van Garvey en zijn makkers graag vertoeven. In  het langzaam open bloeiende Lippy Kids, het epicentrum van het album, kijkt Garvey naar jongens die schijnbaar doelloos rond hangen. Hij ziet zichzelf terug als veertienjarige, vervreemd van zijn ouders, met ups en downs zoekend naar zijn eigen weg: ‘’Stealing booze/and hourlong hungry kisses/ nobody knows me at home anymore.’’ De volwassene van nu weet dat de intensiteit en de kick van de eerste keer nooit meer terugkomt. "Do they know these days are golden?" vraagt Garvey zich af en voegt er aan toe: "Build A Rocket, Boys!". Dat doet hij ingetogen, met een in weemoed gedrenkte stem die zich vleit tegen een harmonieus samenspel van piano, strijkers en gitaren. Met deze schitterende song maakt Elbow duidelijk dat het weer een stap voorwaarts zet, en geen voor de hand liggende.

De band weet ook zonder groots aanzwellend geluid, bombast of uitbundige climaxen te overtuigen. "Als 'The Seldom Seen Kid' een staaltje grootse architectuur was, dan wilden we dat ‘Build A Rocket Boys!’ het gevoel zou oproepen van een goed gevuld schetsboek: persoonlijker, directer en minder bewerkt’’ stelde Garvey. Wij kunnen alleen maar vaststellen dat ze in hun opzet geslaagd zijn. Het album is als een manuscript met prachtig geïllustreerde miniatuurtjes, duidelijk van de hand van een meester. De composities zijn eenvoudige constructies met ingenieuze details, die je pas gaandeweg ontdekt.

Jesus Is A Rochdale Girl, het andere sleutelnummer op dit album en het eerste dat de band klaar had, is een prachtig voorbeeld. Geen woord en geen noot te veel, alleen een akoestische gitaar en Garvey’s stem op de voorgrond. En toch zit je al na enkele tellen in het kamertje van de jonge artiest, die een ode brengt aan de vriendin, die hem in leven houdt met een bed, eten, geld en vooral met muziek:  ‘’And Jesus is a Rochdale girl and 45 cd’s/got a house that you can smoke in/ so al my friends could find me’’.

Ook in het acht minuten durende openingsnummer The Birds klopt elk detail: de onverwachte keyboard, gemixt met gierende gitaren en de koorzang, die uitmondt in een prachtig georkestreerde finale. In dit nummer kruipt de frontman van Elbow in de huid van een bejaarde man, die mijmert over een passionele, verdoemde liefdesaffaire (de song krijgt even later nog een schitterende reprise met de breekbare stem van John Mosley, een oude pianostemmer).

Het schitterende The Night Will Always Win heeft niet meer dan een simpele, zich herhalende pianonoot en de prachtige stem van Garvey nodig om te ontroeren. Een ander hoogtepunt is het  pakkende Open Arms. Ondersteund door een tikkende drum, met een harmonium op de achtergrond, zingt Garvey samen met het Hallé Youth Choir: “The man you are/will know the boy you were/And you’re not The Man Who Fell to Earth/You’re the Man of La Mancha” en even later “We’ve got open arms for broken hearts/Like yours my boy/ Come home again”.

In afsluiter Dear Friends zingt Garvey de ziel uit zijn lijf: "You are angels and drunks/You are magic/You are the stars I navigate home by’’ en laat ons verweesd achter, met maar één verlangen: op de repeatknop drukken. De stem van Guy Garvey wordt wel eens vaker vergeleken met die van Peter Gabriel, wat Garvey trouwens als een groot compliment beschouwt. Hij werkte toevallig ook een hele tijd aan dit album in de Real World studio’s vande voormalige zanger van Genesis.  Zonder afbreuk te willen doen aan de bijzondere vocale kwaliteiten van Gabriel: Dear Friends is niet het enige nummer in ‘Build A Rocket Boys!’ waarin Garvey hem bijna overklast.

Het is wel dankzij producer Craig Potter en de fantastische leden van de band dat Garvey kan schitteren. Elbow is een groep, laat daar geen twijfel over bestaan. Een groep die onvervaard zijn eigen weg blijft gaan. Over ‘Build A Rocket Boys!’ zeggen ze zelf: ‘’Dit is de plaat die we altijd al wilden maken, vanaf het eerste begin. En we zijn er zeker van dat we er met ons volgende album nog dichter bij zullen komen. Maar tot nu toe is dit onze beste poging."

Hier en daar spreken muziekjournalisten al over een “meesterwerk”. Wij doen dat bewust (nog) niet omdat het de band en de fans oneer zou aandoen om dat nu al te besluiten. Wij beloven dat we eind dit jaar nog een bijdrage aan het album zullen wijten. De kans is heel groot dat dat onder de titel "Elbow’s 'Build A Rocket Boys!', de plaat van 2011!’’ zal zijn. Bekijk even de cover van het album (van de hand van Oliver East, die ook de vorige albums van Elbow illustreerde). Zo ongeveer staan wij hier na de eerste luisterbeurten al te juichen.
Elbow speelt dit jaar op 2 juli op Rock Werchter.

8 maart 2011
Else Van Doorslaer