Behind The Shadow Drops Harmonic

Temporary Residence Ltd.
Harmonic

Een gitzwarte hoesfoto; smekende handen die aan een raam krassen; niet meteen iets wat de fans van de Japanse postrocksensatie Mono naar de mond praat. Maar Behind The Shadow Drops is wel degelijk een zijprojectje van gitaarstoeipoes Takaakira ‘Taka’ Goto, die de hulp heeft ingeroepen van John McEntire van Tortoise om zijn fraaie solodebuut ‘Harmonic’ vorm te geven.

“Positive Shadow, Negative Light” luidt de ondertitel van deze langspeler. En dat rijmt al meer met een titel als ‘Harmonic’. Want dat Taka Goto fan is van gelaagde, bedwelmende sfeermuziek en zijn postrock graag met ambient verzoent, is al lang geen geheim meer. Daar mag nu dus een stukje mystiek en duisternis bij, samen met wat voorzichtige elektronica en enkele penetrante beats van McEntire. En of dat niet volstaat, komt de experimentele Amerikaanse celliste Helen Money voor wat extra gelaagdheid zorgen, al even subtiel en fragiel. Een eerste “zonde”, want beiden hadden voor wat meer eigenheid en eigenwijsheid kunnen zorgen.

Maar niets van dit alles dus. Behind The Shadow Drops houdt van een evenwicht tussen neoklassiek, postrock en ambient, van harmonie en sfeer, waar een desolate laag van orgel of cello een kleurkader schept waarin een melancholisch gitaarthema kan rondwandelen. Zoiets. De dualiteit van een zware, industriële loop en een lichte zweeftoon met een eeuwig herhalende gitaarriff die samen langzaam opklimmen en met strijkers een extra dramatisch accentje krijgen: de film noir van Utopia is zonder twijfel een hoogtepunt op dit album. Naast de titeltrack dan, het tweede wat vollere moment. Diepe baspulsen, rollende drums, vurige blazers, de enige keer dat het distortionpedaal een climax mag voorzien (in tegenstelling tot de creaties van Mono). Harmonic gaat gedurende meer dan vijf minuten echt over structuur, balans, harmonie.

Daartegenover zet Taka Goto een berg minimale sfeernummers, telkens met een ander gevoel. De ene keer aangedreven door een donkere basisbeat, de andere keer enkel als samenspel van cello en piano (en dus zonder gitaar) in een stukje pure tristesse als Sonata; er zit wel wat emotie in deze muziek, maar ook veel beperking. Feit is immers dat de Japanner ook zijn composities minimaal houdt en vaak minutenlang aan een zelfde thema vasthoudt, zonder groei, accenten of evolutie. Hij lijkt wat op zoek naar de geest van songs en muziek, de emotie binnen eenvoud. Maar echt geslaagd is die queeste vaak niet. Daar komt dan nog bij dat het ook ontbreekt aan globale samenhang, opbouw of verhaal op dit album. De ene keer wat knipogend naar het populaire, neoklassieke minimalisme van Nils Frahm en zijn Erased Tapes-vriendjes, de andere keer naar een  David Lynch-achtige, filmische duisternis, maar nooit echt overtuigend.

Laten we deze plaat dus een curiositeit voor de fans noemen. Een verdienstelijke, eerste poging, die misschien kan uitgroeien tot een mooi, muzikaal verhaal. Maar dan moeten we eerst wat dingen beginnen afbakenen als concept, identiteit, klankbasis, … Zonder natuurlijk te vergeten dat er op ‘Harmonic’ enkele echt sterke tracks staan.


19 september 2017
Johan Giglot