Ásgeir - Julia
One Little Indian
De vijfde langspeler van onze favoriete IJslandse bard Ásgeir begint opvallend opgewekt en zomers. Met akoestische banjotokkels en ijle pianotoetsen die een uptempo, lentefris melodietje begeleiden. Voor de eerste keer heeft de man immers eigen teksten neergepend en zich niet langer laten inspireren door de poëzie van vader Einar Georg Einarsson. Weliswaar een beetje verstopt achter de imaginaire figuur Julia, die zowel de dood instapt door in een meer te wandelen, als terugkeert uit de geesteswereld. Als beeld voor een eigen reflectie op het verleden en wederopstanding naar een open toekomst. Dat zorgt voor een emotioneel sterk album dat perfect matcht met de streelzachte falsetstem van de producer.
Wat sowieso blijft, zijn wonderbaarlijke arrangementen die je betoveren met folky instrumenten, zweverige elektronica en subtiele details – klinkt bekend naar IJslandse normen, toch? De songs van Ásgeir klinken dan ook doodeerlijk en eenvoudig, maar blijken fijne en subtiele detailpuzzels waarin elke noot en elk subtiel digitaal accentje klopt. En natuurlijk mooi ten dienste staat van die hoge, mooi glijdende en soms ook bewust harmonieus ontdubbelde zang die je vanaf de eerste noten betovert.
Of hoe de kracht van een introverte ballade op akoestische gitaar, banjo en strelende drum als Smoke je tot tranen toe kan ontroeren. De zacht opbouwende, tweede single die in één take live met vier man werd ingespeeld, mijmert over sporen uit het verleden die langzaam vervagen, over het verlies van je innerlijke stem door de hectiek van het alledaagse leven als artiest. Een onderwerp dat als een rode draad doorheen ‘Julia’ kronkelt. Hoewel de toekomst ook aan bod mag komen in een opgewekt Ferris Wheel waarbij de optie om het familiale gezelschap in te ruilen voor een intiem, desolaat leven in een huisje bij de zee met een vriendin, vorm krijgt. Het resultaat daarvan zou wel eens de foto op de hoes kunnen zijn: een leven van rust en eenvoud.
Op één of andere manier zorgt deze autobiografische oprechtheid ook voor minder complexiteit. Waar vroegere albums altijd wel één of twee momentjes van wat geknutselde en geforceerde arrangementen, tegendraadse ritmen of wat in elkaar krommende noten kenden, krijg je op deze plaat tien songs lang een natuurlijke, mature souplesse. Een nogal bijzondere 7/8e maat op Sugar Clouds misschien als enige uitzondering. Dat legt vanzelfsprekend ook meer focus op de man zijn fenomenale stem.
Wat ons betreft zit de singer-songwriter dus aan de top van zijn kunnen. In een wondermooie IJslandse nostalgie die perfect past bij deze broze mijmermuziek. Therapeutisch voor zowel Ásgeir om over zichzelf te schrijven, als voor de luisteraar om mee in zijn wereld te mogen kruipen.
