Arcade Fire - Reflektor

Merge Records

Goede journalistiek stelt grondigheid boven snelheid, altijd en in alle genres. Wie het wereldwijde web even afsurft kan al dozijnen hele en halve meningen lezen, maar meer halve dan hele. Voor de bespreking van ‘Reflektor’, de vierde van Arcade Fire, hebben wij ruim de tijd genomen. We hebben geluisterd, geluisterd, en nog meer geluisterd. En wij weten het nu wel: het is struikelen over de hoogtepunten.

Reflektor





De marketingcampagne straalde de ambitie van Arcade Fire al af, maar nu is het tijd voor de muziek. ‘The Suburbs’ van drie jaar geleden was een lange, thematische plaat waarin de nummers muzikaal in elkaar overvloeiden, terwijl men steeds minder geïnteresseerd was in platen, laat staan in conceptplaten. ‘The Suburbs’ was, naast een muzikaal meesterwerk, dan ook een statement, een ode aan het album. ‘Reflektor’ is nog iets langer en is doordacht verdeeld over twee platen. Nog net dat beetje ambitieuzer.

Titeltrack en opener Reflektor  is disco zoals disco moet zijn. Het pianoriedeltje in de laatste twee minuten is even eenvoudig als geniaal en blijft dagenlang in je hoofd hangen. Even aanstekelijk: We Exist. Jarentachtigpop met een baslijn die ons aan Billie Jean doet denken en een piano subtiel op de achtergrond.

Here Comes The Night Time is het soort song met Haïti-invloeden, een trage beat en tempowisselingen dat enkel Arcade Fire tot een goed einde kan brengen en Normal Person is een schitterende, stevige rocker over de saaiheid van normaliteit voortgedreven door een meesterlijke riff. You Already Know is schaamteloos poppy maar oerdegelijk. En Joan Of Arc sluit een erg knappe, maar al bij al muzikaal vertrouwde eerste plaat af.

Het tweede deel van ‘Reflektor’ is duidelijk introspectiever, pijnlijker. Op die tweede plaat gaat het over relaties en breuken, over liefde en verlies. Rode draad is het klassieke verhaal van Orpheus en  Eurydice, gegoten in popmuziek

Die tweede plaat van ‘Reflektor’ start met Here Comes The Night Time II, muzikaal een stuk kaler en donkerder dan het eerste deel en ook tekstueel behoorlijk zwartgallig. Check er de zinsnede “I hurt myself again / along with all my friends / feels like it never ends / here comes the night time”, maar op na

Awful Sound (Oh Eurydice) is een pareltje over onbeantwoorde liefde (“But when I say I love you / your silence covers me / oh Eurydice, it’s an awful sound”). Er komen ook trauma’s uit een getroebleerd verleden in bovendrijven. Muzikaal wordt de song gradueel opgebouwd met percussie en een streepje viool waar dan een beat onder gedrapeerd wordt.

Porno is alweer een hoogtepunt en lijkt wel het muzikale huwelijk tussen Arcade Fire en Kraftwerk. Het kondigt het einde van een relatie al aan die in Afterlife zijn beslag krijgt en waarin Butler met de moed der wanhoop smeekt om een ruzie (“Can we just work it out? / scream and shout ‘till we work it out”). Uiteindelijk sluit Supersymmetry dan af met de zwarte periode na de breuk. Het is het ultieme Chassange-Butler-duet met helaas wel één minpuntje: een overbodig achtervoegsel.

Die van Arcade Fire tonen zich op ‘Reflektor’ naast briljante muzikanten en songschrijvers ook weer verhalenvertellers. Vraag ons met het pistool tegen het hoofd welke nummers we uit ‘Reflektor’ zouden willen uitlichten en we sterven liever. ‘Reflektor’ is immers een album waarbij de som meer is dan de delen, een ervaring als het ware. Luisteren is dus de boodschap. En nog eens luisteren. En nog eens. Tot elk van die weerbarstige prachtnummers op ‘Reflektor’ u even dierbaar zijn.

28 oktober 2013
Geert Verheyen