Agents of Mercy - The Black Forest

Foxtrot Music

Christoph Lintermans9 november 2011

The Black Forest

Het lijkt er nu op dat Agents Of Mercy de plaats innemen van The Flower Kings. ‘The Black Forest’ is het derde album in drie jaar van de groep rond Roine Stolt en zanger Nad Sylvan. De songs die Stolt schreef hadden evengoed op een TFK-plaat kunnen staan. Maar dat doet niks af aan de magistrale kwaliteiten van ‘The Black Forest’.


Nochtans waren de Agents Of Mercy oorspronkelijk bedoeld als een nevenproject, waarin Stolt zijn smaak voor lowkey en eerder akoestische muziek kon cultiveren. Steeds meer proggy elementen vonden echter hun weg naar de langer wordende composities. Zeker vanaf de tweede worp ‘Dramarama’ (2010) is het originele opzet compleet geweken voor ambitieuze progrock.


Het openende titelnummer The Black Forest is zelfs archetypisch voor het genre. Zowat alle ingrediënten zitten erin verwerkt. Het laat zich beluisteren als een bloemlezing van vier decennia symfonische rock. Een betere start kan men zich met deze stilistische synthese niet wensen.  A Quiet Little Town – één van de twee nummers geschreven door Sylvan – zit vol verrassingen en bewijst zo dat retroprog zeker geen museum is en ook plezierig kan zijn.

Dat retro-element zit hem overigens vooral in de productie. In hun queeste naar het warme seventiesgeluid speelde de band voor ‘Dramarama’ samen live voor een vierentwintigsporenopnamemachine. Ook ‘The Black Forest’ werd analoog opgenomen, maar er werden opnieuw overdubs aan toegevoegd.

Het drumritme in 4/4 in Black Sunday is maar schijn, want onder de oppervlakte gaat bassist Jonas Reingold tekeer als Jaco Pastorius’ beste discipel. Erboven regeren Stolts gitaren, terwijl ook Lalle Larsson een heerlijke toetsensolo uit de mouwen schudt. Piano en strings zetten de elegische toon voor wat alleen maar de titel Elegy kan verdragen. De huilende gitaar van Stolt doet ons hier denken aan het miniatuurtje Train To Nowhere uit ‘Back In The World Of Adventures’, het debuut van de Bloemenkoningen uit 1995.

In Citadel gaat het weer uptempo. Een lekkere groove wordt neergelegd en het refrein is onweerstaanbaar. Vier minuten ver klinkt de band als een jamsessie waarin men met elkaar het duel aangaat. Spektakel verzekerd. Dit wordt een klassieker voor de komende jaren. Between Sun And Moon heeft eerst de schijn van een gewone popsong tegen, maar gaandeweg ontwikkelt zich een progressiever schema dat steeds meer alle muzikale wetmatigheden tart.

Dreiging hangt in de lucht in het funky Freak Of Life. Maar de stemming slaat vlug om en wat volgt is een betoverende caleidoscoop van kleuren, lijnen en texturen. De consistentie zit hem in de formidabele uitvoering. Wat een klasse! Het gaat naadloos over in het slepende Kingdom Of Heaven, waarin zelfs de klokken mogen luiden. Een treffend slot dat wegsterft onder Stolts huilende sixstring.
← Terug naar overzicht