A$ap Rocky Testing

A$AP Worldwide
Testing

Met ‘Testing’ is de New Yorkse rapper A$AP Rocky toe aan zijn derde studioalbum. Dat hij een andere richting is ingeslagen, wordt al duidelijk na enkele luttele seconden. Het album heeft zijn naam alleszins niet gestolen.

 

Het is moeilijk om jezelf als artiest steeds opnieuw uit te vinden. Op den duur worden fans verliefd op de sound van een bepaalde plaat of een bepaald nummer en dan wordt de verleiding wel erg groot om de volgende plaat in dezelfde trant te maken. Hoewel A$AP Rocky ongetwijfeld tot dat dilemma gedwongen werd (een plaat maken in de stijl van Goldie of Lord Pretty Flacko Jodye 2?), dacht hij “Fuck it!”, en ramde ons vervolgens een uiterst experimenteel album door de strot. Want dat is gewoon wat ‘Testing’ is: één groot experiment. Of het ons kan smaken? Zeker weten.

Distorted Records is dan ook gewoon het perfecte openingsnummer. Een geheel van krakende en zoemende audiogolven rommelt een dertigtal seconden door de speakers alsof we de AUX-kabel niet goed hadden ingestoken, voor het opeens overgaat in een dreigend melodietje dat de basis gaat vormen van de track. Experimenteel is het wel, die distorted bass als basis.

Maar het daaropvolgende nummer, A$AP Forever (Remix), is zo mogelijk nog verrassender. A$APs charismatische lyrics (“I put New York on a map”) worden naadloos verweven met het heerlijk gracieuze Porcelain van Moby. Hoewel dat eigenlijk een nummer is waar je als artiest beter vanaf blijft - klassiekers moet je nu eenmaal ontzien -, wist A$AP er toch zijn eigen ding mee te doen. En het klinkt heerlijk; Moby’s bescheiden deuntje blijkt A$APs vrijpostige taalgebruik perfect te relativeren. Wie had dat gedacht?

Tony Tone en Fukk Sleep gaan dan weer allesverwoestend hard tekeer. In de eerste pakt hij op een elektronisch, oosters getint fluitje - het klinkt eerder als een gebroken blokfluit - alle haters hardhandig aan: “People really think I’m an asshole, I say anything (c’mon) / Truthfully, I just say what I really think / Like I’m too fresh, man, to me you’re under-class-man (too fresh) / Would say, ‘suck my dick’-but that’s sexual harassment.” De laatste doet je je bed dan weer helemaal vergeten. “Fuck home, fuck sleep, come clean, zonin’”, klinkt het daar. Wel, die bas zorgt er wel voor dat we niet in slaap vallen…

In Praise The Lord, waarvoor hij de handen ineensloeg met grimekoning Skepta, is A$AP even de weg kwijt. Het is één van de weinige nummers op de plaat die niet tot nauwelijks weet te boeien. Goed, dat fluitmelodietje is leuk, maar daarmee zijn we ook meteen uitgepraat. Het klinkt allemaal een beetje te gewoon voor dit album en weet daarom maar bitter weinig te boeien. Calldrops is dan weer wel fantastisch. Erg laidback en smooth, weliswaar met een bitter kantje. Zo horen we een stuk uit een telefoongesprek met Kodak Black, die voor wapen- en drugsfeiten in de gevangenis zit.

Ook French Montana’s verschijning op de plaat is heerlijk verfrissend. Een verlangend pianodeuntje, overstuurde vocals, strijkers die invallen of Snoop Dogg die even passeert, Brotha Man heeft het allemaal. Een contrast met het korte maar krachtige OG Beeper, want die blijkt het tegenovergestelde: overstuurde bassen à la Eprom, Nintendo-achtige bliepjes en een kordate A$AP; waar is zijn gevoelige kantje naartoe?

Ah wacht, daar is-ie al terug. Op Kids Turned Out Fine pakt hij namelijk uit met een sussende toon. De boodschap? “Parents test the wine / the kids do the lines / The kids turned out fine”. Aan de bezorgde ouders onder ons: geen zorgen, alles komt goed.

Al bij al heeft A$AP alweer een potige plaat voortgebracht, die met recht ‘Testing’ heet. We duikelen van de ene dikke schijf in de andere en verveelden ons geen enkel moment. Zo maak je een rapalbum dus interessant. Migos en co, take notes.


31 mei 2018
Jeroen Poelmans