Wilco Schmilco

dBpm
Schmilco

Wilco heeft niet echt veel meer te bewijzen. Op regelmatige basis sluit de groep festivals als Cactus af en bokst ze concertprogramma's in elkaar zoals eerder Solid Sounds en binnenkort Le Guess Who. Met andere woorden: de band ligt bij velen op het allerhoogste schapje. En dat is zeker niet onterecht, gezien het meer dan imposante oeuvre.

Daar werd nu dus 'Schmilco' aan toegevoegd. Een titel die 'Nilsson Schmilson' van Harry Nilsson in herinnering brengt. En ook de wat kinderachtige hoes lijkt te communiceren dat de bende het eigenlijk niet al te ernstig meer neemt en zich vooral wil amuseren en, als het even kan, daar het publiek bij wil betrekken.

Meteen valt op dat het een erg akoestisch album is. Bijna alsof Wilco het Neil Young-licht heeft gezien. De Neil Young van 'On The Beach' dan welteverstaan. Aan de buitenkant is het allemaal zomers, leuk en gezellig, maar wie afdaalt in de krochten van het album komt uit bij een allerminst vrolijke kern.

"I think this album is joyously negative", zo zei Tweedy zelf. En inderdaad: het is een hemels genot om de nieuwe nummers tot je te nemen (qua sfeer zat Wilco altijd al in het vaarwater van de drie grote B's: Beatles, Beach Boys en Bob Dylan), al zit er ook behoorlijk wat zuur venijn in de teksten ("My mother says I'm great / and it always makes me sad", zo gaat het in het stapvoetse Happiness, dat een beetje aanvoelt alsof Tweedy recent naar Eels heeft zitten luisteren).

Met opener Normal American Kids zet Wilco meteen de akoestische toon. Rond een denkbeeldig kampvuurtje bedenkt Tweedy dat hij de "normal american kids" altijd hartsgrondig haatte - in die mate dat hij destijds onder de dekens het gevecht met zijn vele angsten voor hen aanging - om tot de vaststelling te komen eigenlijk nooit echt bij hen gehoord te hebben. Met het eerder vrijgegeven If I Ever Was A Child erbij wordt duidelijk dat één van de thema's van dit album de (voorbijgaande) jeugd is.

Al van bij de allereerste luisterbeurt worden we gepakt door het krachtige, maar evengoed jachtige Cry All Day, een nummer dat klinkt als een fris opgepoetst afleggertje uit de periode van absoluut meesterwerk 'Yankee Hotel Foxtrot'. Een strijdvaardig nummer dat zich begeeft in meer experimentele sferen en live eigenlijk echt alle richtingen uit kan. "Cry, Cry, Cry, Cry All Day All Night / into The light". Eens de tranen uitgedroogd geraken, is er altijd weer de hoop op beter. Vocaal duiken er onbetwistbaar echo's op van wijlen John Lennon. Tweedy is naar onze mening trouwens één van de weinigen die een cover van God tot een goed einde weet te brengen.

Ook op het fuzzy Nope duikt de invloed van Lennon op, maar dan met een stevige scheut McCartney eraan toegevoegd. Nog meer experiment horen we op Common Sense, dat lijkt te bestaan uit niet perfect aan elkaar gelaste songfragmentjes en op die manier beschadigd klinkt. Lennon blijft een grote held van Tweedy & co, maar de kierewiete Brian Wilson is en blijft dat duidelijk ook.

Een ander thema is verlies, zoals te horen is op Someone To Lose dat muzikaal gezien een broertje of zusje zou kunnen zijn van de songs op ‘Wilco [The Album]’. Meer fraaie songwriting is te vinden op het knappe Quarters, dat stoelt op tegendraads ritmewerk en met het sfeervolle Locator rockt Wilco een eind weg, zoals alleen zij dat kunnen.

Naar het einde toe krijgen we nog moois met de pianosong Shrug And Destroy; Tweedy die zich met zijn allermooiste stem hemelwaarts zingt. Daarmee duikt alweer de geest van Lennon op, deze keer die van 'Lost Weekend'. "Nothing is left, rejoice", zo besluit Tweedy.

Als om te bewijzen dat de band over zelfrelativering beschikt is er de superieure pop van We Aren't The World (Safety Girl), dat live mogelijk uit zal groeien tot een glorieuze meezinger van jewelste. Dat iedereen veilig moge zijn in een wereld vol gevaren. En dan is er nog de afsluiter Just Say Goodbye. Jeff Tweedy heeft uiteraard ook de antwoorden allemaal niet in de hand, maar hij en zijn bende hebben er natuurlijk wel lang naar gezocht. En passant maakten ze een erg mooi album dat aansluit bij de tijdsgeest.

Wilco blijft tot nader order vooral zichzelf, wat ze ook glorieus bewijzen met deze 'Schmilco'. Verder stippen we graag nog aan dat de AB wellicht twee keer het bordje 'uitverkocht' mag uithangen en het dus zaak is er tijdig bij te zijn.


September 10, 2016
Philippe De Cleen