Sjock 2019 - Dag 1: must see rariteitenkabinet

Festivalterrein Front Stage, Lille, 12 juli 2019 - 14 juli 2019

“Chill”, “Relax”, “Geen haast”, “Ga maar voor”,... Aldus de grote rode draad doorheen een avondje Sjock festival. Een Kempense vaste waarde in het festivallandschap die de gelijke niet kent. Want nergens elders kom je zoveel Betty Boo’s, Cowboys en Elvissen tegen, die verbroederen met de meer regionale rock-, punk- en metalheads in een collectieve gemoedelijke, zwaar van bier doordrenkte sfeer.

En dat is dan ook het perfecte kader om een grote mijnheer als CJ Ramone te ontvangen, de bassist die Dee Dee verving in 1989 om de legendarische Ramones tot de laatste zucht te begeleiden. Toegegeven, het was wat wennen om een Ramone op podium tegen te komen met lange grijze baard, sportpet en skatelooks. En het was ook aanpassen aan het nogal lome tempo van het kwartet dat regelmatig eigen drankpauzes inlaste: een schril contrast met de legendarische speed-one-two-three-four-aanpak van weleer. Maar het naar eigen zeggen allereerste optreden van de allerlaatste Europese tournee bevatte toch een klein uur afwisseling tussen eigen songs en Ramones-kaskrakers als Do You Wanna Dance, I Wanna Be Your Boyfriend (een beetje vreemd uit mond van een bijna zestiger), Sheena Is A Punkrocker of Rockaway Beach. Voor de eerste acht rijen in het publiek pure devotie. Voor de rest een prettig curiositeitenkabinet.

De grote verrassingen van de avond waren te plukken op de zogenaamde Titty Twister Stage in de gedaante van Thee Scarecrows Aka: vijf mysterieuze creaturen die zich achter zelfgemaakte dierenmaskers verscholen maar de opzwepende countrybilly en speedbluesrock met mondharmonica en contrabas (ook wij vinden graag genres uit) extra pushten door het synchrone spel van twee drummers centraal op podium. Weird spul. Zeker wanneer het opperhoofd-vogelverschrikker voor de laatste song een erg lang gesteelde, zelf in elkaar geknutselde schoendoosgitaar ter hand nam met de eindkop van een longrifle.

Minstens even bizar maar des te overtuigender: The Heathen Apostles uit California. Of wat te denken van Jesse James, een blauwbloes en Calamity James die samen het podium delen? Zoek de band op in Google en je begrijpt het. De eerste in de vorm van alternatieve countrylegende Chopper Franklin, die ooit nog de Cramps vervoegde, met glazen oog, brede zwarte cowboyhoed en konijnenschedel om de nek. De tweede gewapend met een vedel waaruit de meest onstuimige solo’s ontstonden - zelfs in dubbelmelodie - tot zowat alle snaren van de strijkstok overgetrokken waren. De derde als een wulpse roodharige dame in begrafenistenue met geschminkte vampierentanden en voorzien van een warme Janis Joplinstem. Samen met een contrabassist (en dus geen drummer) maakten ze “bloodgrass”, een combinatie van gothic en country. Volgt u? Songs over “the dark side”, maar dan opgeklopt met vedel en mandoline en met penetrante zang, die doorheen het rumoerige drinkgelag van de tent weergalmde. Must see, must hear. De band plukte veel uit het gloednieuwe album met songs als een billenkletsend Rise, de “drinking song” In The Pines of een slepend The Fall. Met extra bonuspunten voor violist Luis Mascaro die het bisnummer inzette door Toccata In Fuga van Bach op zijn instrument te spelen. Quoi?!?

Sorry, Bar Stool Preachers, maar we klopten af na de show van Flogging Molly op het hoofdpodium. Aangekondigd met een grote banner en spots in de driekleur van de Ierse vlag. Klaar om de zeven punkfolkies te laten exploderen in een show vol ambiance en feestgedruis. Waarbij rondvliegende bekers grote bierfonteinen over het publiek vormden en het werkwoord “flogging” (ofte “geselen”) weergegeven werd door een combinatie van huppelen, hobbelen en spastisch gesticuleren.

The Pogues-op-speed maakten een mooie setlist vol Ierse pubfolk, country en punkroots en bewezen zich nogmaals als ultieme partyband. En dat hoefde niet enkel, wanneer de Guinness drinkende David King de legendarische woorden “We find ourselves in the same old mess singing drunken lullabies” met de menigte meekeelde. Maar dankzij veelvuldig gebruik van vedel, banjo, trekzak, handtrom en de aanvankelijk slecht in de mix gestoken fluit van echtgenote Bridget Regan, sloeg het volk echt élk nieuw nummer op tilt. De hele meute. Van een meer weemoedig (No More) Paddy’s Lament tot de uitbundige Devil’s Dance Floor, het vloerstampende Hand Of John L. Sullivan tot het mooi tweestemmige The Day’s We’ve Yet To Meet en de rootsfolkstong Life In A Tenement Square:

Flogging Molly gooide er keer op keer de opbouwende structuur, opgeklopte ritmes en singalongmelodieën over tot laat in de nacht. Thanks, Sjock. Misschien alvast een kleine sneak preview voor 2020: de naam Social Distortion is alvast gevallen.

Sjockfestival '19 - dag 1

13 juli 2019
Johan Giglot (Foto's: Tricky Troostie)