Of het fout afliep, dat leest u op het einde. In ieder geval begon het slecht. De jongens van Skag Sessions mochten de spits afbijten, maar veel tanden hebben we niet gezien. De jongens bezweken al voor ze opkwamen aan de drang naar roem. Er was geen overtuiging, geen diepgang en al zeker geen oprechtheid. We zochten in de zaal dan maar naar muzikaal kippenvel, maar het publiek was ongeïnteresseerd. En terecht. Vooral ritmisch zat het deze band niet mee. Weinig variatie in de drums zorgde al snel voor clichérock en dat konden de stembanden nooit rechttrekken. Een tip voor deze enthousiaste jongelingen: meer lawaai is niet noodzakelijk meer power.
Een spandoek met “Give me orGAZmBABY” kondigde een portie testosteron aan, genaamd Lovely Gazbaby met de vrouwvriendelijke Karel. We hadden de band vooraf even opgesnord voor Exit Poll en bombardeerden het vijftal tot favoriet. Stevige popsongs doen het blijkbaar nog altijd en het recept daarvoor is simpel: een nazinderend refrein, een heupwiegend deuntje en een dijk van een stem. Blijkt nu dat deze band dit soepje heel netjes combineert en bovendien erg strak speelt. De toewijding van de zanger deed de rest al had hij beter de stemvervormer achterwege gelaten. Vernieuwende pop hebben we niet gehoord, maar kwalitatieve pop is ook al goed.
Het was trouwens weer appelen met bulldozers vergelijken. Rock, pop, electro, punk en kleinkunst. Het kon niet op. Sx sleepte zichzelf het podium op met een witte krullenpruik. Noem het New Wave van het Anne Clarktype, noem het Electropop in de lijn van The Knife, maar noem het zeker niet slecht. Hoewel het eerste nummer aanmodderde en onze hoge verwachtingen niet leek in te lossen, deed Mevrouw Callebout ons vijf minuten later al het vorige vergeten. Zij zingt geweldig, hij drumt erg sterk en ze spelen met een overgave die we die avond nog niet gezien hadden. Met Mr Lion hebben ze overigens een hapklare radiobrok, maar we zijn ervan overtuigd dat Sx nog veel beter kan. We zien dit trio nog terug.
Zoals het een echte finale in boerkesland behoort, was het tijd voor de klucht van de avond. Ze hebben baarden, spelen punkrock en heten The Tubs en dat laatste zegt in feite alles. De enige twee redenen om deze band in de finale te zetten, zijn uit sympathie of uit armoe. We hadden de voorrondes niet gezien, maar bij deze waren we opgelucht. Ergens konden we die sympathie echter wel begrijpen. We zagen vier dertigers die zich helemaal laten gaan (al dan niet onder invloed) en het allerbeste uit hun muzikale vingers halen en dat is op zijn minst al ontroerend. Een valse noot meer of minder doet er dan misschien niet toe. Vraag is alleen of een finale van Westtalent het moment is om als jury je sympathie te uiten. Dat kan ook aan de toog van café Pluto in Zoutenaaie. “Merry christmas and a happy new year cause every year it’s the same” schreeuwt de man met de vreemde wenkbrauwen in de afsluiter. Het beste hadden ze inderdaad voor het einde bewaard.
Ondertussen rolden er nog een paar oude snuiters het podium op. Some Say Yes, Some Do Less had de beste ritmesectie van de avond meegebracht. De eerste tien seconden van de set hadden ons al meer ritmisch plezier bezorgd dan de twee uur die eraan vooraf gingen. De man met de stokken en vooral de bassist toonden hoe je een nummer naar een hoger niveau stuwt. De Nick Cave-achtige frontman leunde over zijn micro en zong ons allerlei onverstaanbare zinnen toe. Het klinkt misschien wat vreemd, maar dit was interessante rock. Oja, wie hem niet gezien heeft: er deed wel degelijk een pianist mee.
De prijs “zwakste prestatie van de avond” was voor Westerbergs & Heavy Heards. Het was huilen bij het zien van zoveel onrecht op een provinciale finale. Het zelfbewustzijn van de zanger symboliseerde hij zelf in het leren vestje dat hij bij een zaaltemperatuur van 35 graden droeg. Saaie solo’s, saaie nummers, saaie stem, saaie performance, saaie bindteksten. Sorry heavy heards, maar veel goeds kunnen we jullie niet vertellen. Zeker niet als de hoofdreden om aan Westtalent deel te nemen “eeuwige roem” is. Een belediging voor deze finale.
Meer panache zat er achter het - vergeef ons de beschrijving - rossig smurfje met het leuke brilletje. Toffe peer die ons geweldig verraste met zijn Rage Against The Machine timbre. Veel volk en een crowdsurfprimeur in deze nieuwe zaal gaven het optreden wat extra kracht, maar uiteindelijk viel deze band toch wat licht uit. De nummers waren nogal eentonig en het concept weinig creatief. Limp Bizkit is al 10 jaar dood. Oja, ze heten The Vault, maar op die naam zat niemand te wachten.
Na al dit geweld kon het contrast met kleinkunstenaar Arne Vanhaecke niet groter zijn. Duidelijk nerveus laveerde hij tussen verstilde popsongs en Nederlandstalige woordparen. Dat de teksten belangrijk zijn in kleinkunst is een understatement en dat heeft Arne goed begrepen. Hij articuleerde duidelijk, zowel in de lyrics als in de bindteksten. Op je bek gaan met een zin over het vissershemd van je kompaan hoort er dan bij. Alleen had hij misschien meer indruk gemaakt, maar één keer zijn broeder voluit zingt, zoals in het laatste nummer, wordt duidelijk dat er wel iets in die twee jongens schuilt. Volgens ons hadden ze al beter dagen gekend dan de passage in Kortrijk en zij konden de jury op het einde van de Westtalentrit niet meer verrassen.
Geen Arne Vanhaecke dus bij de laureaten. De Publieksprijs ging naar Sx en Lovely Gazbaby ging met de hoofdschotel lopen. Eretitels waren er voor Some Say Yes, Some Do Less (2de) en The Vault (3de). Onbegrijpelijk dat Sx de jury niet kon bekoren, maar Lovely Gazbaby was uiteindelijk een verdiende winnaar. Hopelijk beseffen ze dat dit maar een kleine wedstrijd is onder keuterboertjes en blijven ze stevig met de voetjes op de poldergrond. En wij? Wij spoelden Skag Sessions, Westerbergs & co, The Tubbs en het foute juryoordeel over Sx weg.
25 comments
Nieuwe reactie inzenden