The Cure Tekort aan superlatieven

14 Maart 2008 - Sportpaleis, Merksem
The Cure
Superlatieven ontbreken om het grootste Belgische zaaloptreden ooit van The Cure te beschrijven. Hoewel Robert Smith en de zijnen zichzelf al dertig jaar voortdurend vernieuwen, wist de groep een samenhangende show neer te zetten, en dat terwijl de meeste andere groepen uit die tijdsperiode nog slechts een karikatuur zijn van zichzelf. Er zijn maar weinig lovende adjectieven die we niet zouden kunnen gebruiken om dit drie uur durende optreden te omschrijven. Hier volgt toch een poging.
Het jonge viertal van 65daysofstatic mee op sleeptouw nemen getuigt al van enige durf. Zoals bij elk groot Live Nationconcert werd de groep veel te vroeg het podium opgestuurd en moest noodgedwongen de confrontatie met een amper gevuld Sportpaleis aangaan. Gevolg: een galmbak van jewelste. Desalniettemin wist 65daysofstatic de zaal danig op temperatuur te brengen tussen Drove to Ghosts to Get Here en het machtige Radio Protector. Showbeest van de groep is ongetwijfeld drummer Rob Jones maar ook de andere groepsleden lijken bij momenten een haat-liefdeverhouding te hebben met hun instrument en dat heeft zo zijn weerslag op de muziek. Van een opwarmer gesproken.   Met de gedroomde opener Plainsong trok The Cure alle registers open. We kregen onmiddellijk de krop in de keel. Tijdens het daaropvolgende Prayers for Rain beseften we nog steeds niet goed wat er zich voor onze ogen aan het afspelen was. Het geluid leek echter pas echt goed te zitten bij het prachtige Pictures of You en het dolgedraaide From the Edge of the Deep Green Sea, tevens twee onbetwiste hoogtepunten. Ook Hot Hot Hot, een meer dan aangename verrassing, kreeg onze heupen met gemak in beweging. Na het sublieme Push werd het startsein gegeven voor een uitzinnige reeks greatest hits: Friday I’m in Love, In Between Days en Just Like Heaven deden het Sportpaleis zonder enige moeite tot een eerste kookpunt komen.   In Antwerpen kregen we ook drie nieuwe nummers te horen. Wat we van Please Project moeten denken, weten we nog niet goed maar A Boy I Never Knew (een klassieke tearjerker en alweer een hoogtepunt) en het tot de laatste bisronde opgespaarde Freak Show klonken opvallend anders en opwindend. Even daarvoor hadden we in een obscure finale de uitgesponnen nummers One Hundred Years en Disintegration te horen gekregen. Alweer een bewijs van de ongekende veelzijdigheid van het Engelse viertal.   In tegenstelling tot wat we bij eerdere optredens gezien hadden, ontpopte Robert Smith zich tot een volwaardige frontman, zij het nog steeds bijzonder schuchter. Smith was beter bij stem dan ooit, ook al waren er de gebruikelijke missers (ook op tekstueel vlak) die hij op professionele wijze verborgen wist te houden. Waar het drie jaar geleden in Lokeren nog wat zoeken was zonder synthesizers, leek de groep nu goed geroutineerd. Smith’s schoonbroer Porl Thompson ving het gebrek aan synthesizers op meesterlijke wijze op.   Tijdens de eerste bisronde werden we getrakteerd op een heerlijk rondje ‘Seventeen Seconds’ terwijl de tweede zich beperkte tot nummers uit ‘Boys Don’t Cry’. Daaruit onthouden we vooral 10:15 Saturday Night en Killing an Arab, die ons zo meevoerden naar de beginjaren van The Cure. Met Close to Me en Why Can’t I Be You? liet de groep ons eenzaam en verweesd achter. We zijn sindsdien in een toepasselijk zwart gat gevallen en het ziet er niet naar uit dat we daar de komende dagen snel uit zullen geraken. Absolute wereldklasse.

15 Maart 2008
Tom Weyn

No comments

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • U mag PHP code gebruiken. Daarvoor moet u <?php ?> tags gebruiken.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Meer over deze artiest


Aanraders