Belgische artiesten deden het hen al voor in het kader van AB Rewind: zo speelden ondermeer The Scabs en The Kids respectievelijk ‘Royalty In Exile’ en hun titelloze debuut integraal. Deze platen worden beschouwd als hun doorbraakalbum. In het geval van de Engelse groep The Cult is dat ‘Love’ uit 1985. De huidige tour heet dan ook toepasselijk “Love live”.
Uit de groepsnaam van voorprogramma Aqua Nebula Oscillator maakte u ongetwijfeld al op dat de Franse groep zich profileert als een rockband met een flinke psychedelische toets. Dat laatste moet dan ongetwijfeld bestaan uit de chemicaliën die de drie heren en de ene dame zelf achterover slaan, want van de verwijzingen naar Hawkwind en zelfs Motörhead hebben wij weinig tot niets gehoord.
De gitaar klonk rommelig, het niveau van de songs was behoorlijk ondermaats en de zang van de frontvrouw - net als die van de gitarist trouwens - leek al helemaal nergens op. Indien hun muziek zelfs nog maar tot aan de hielen van hun looks zou komen, zou het geheel - mits inname van bepaalde stoffen - nog genietbaar kunnen zijn. Helaas…
Het verschil met
The Cult was huizenhoog: hier geen songs die nog in opbouw waren of knullig uitgevoerd werden. Zanger Ian Astbury is met zijn specifieke stemtimbre een heel belangrijke factor voor de herkenbaarheid van het geluid van de groep. Hij stelde dan ook niet teleur en vervulde zijn rol als frontman met verve: heupwiegend en zichzelf begeleidend op de tamboerijn, zong hij alsof zijn leven ervan afhing. Gitarist Billy Duffy, die samen met Astbury het gros van de song schrijft, speelde met dezelfde klasse zijn gitaarpartijen.
Behalve die vrij simpele riffs die eigen zijn aan The Cult, bleek hij ook een aardig potje te kunnen soleren en als er akkoorden gespeeld moesten worden, schrok hij er niet voor terug om deze stevig molenwiekend aan te slaan.Aan spelplezier ontbrak het de band dus niet: de groep wist dit over te brengen naar het publiek dat steeds enthousiaster werd, waarop Astbury steevast “Thank you kindly!” repliceerde.
Ook muzikaal zat alles snor. Behalve de meer bekende nummers zoals Rain en She Sells Sanctuary genoten we ook van Phoenix, met een wahwahpedaaltje op de openingsriff, terwijl het afzakkende akkoordenschema lekker dreigend klonk.
Gedurende het hele optreden werd per nummer een bijhorend filmpje geprojecteerd. Met een cartoonminotaurus en picassoachtige beelden werd een visuele trip voorgeschoteld die niet afstak bij de muziek.
Nadat het volledige album gespeeld was, keerde de groep terug om nog enkele krakers te spelen. Toen Sun King ingezet werd, waarbij de stevige basloop in duel ging met de gitaar, werd het wel heel moeilijk om stil te blijven zitten. Dirty Little Rockstar, met alweer een prominente rol voor een - ditmaal overstuurde - stevige basriff was van hetzelfde kaliber.
De groep die stond voor een avondje pretentieloze rock sloot af met Love Removal Machine: het publiek dankte met een lang applaus dat de groepsleden duidelijk apprecieerden. Misschien toch geen vierentwintig jaar wachten vooraleer nog eens langs te komen.
5 comments
Nieuwe reactie inzenden