De prachtige harmonieën en de godsvrezende teksten voerden ons inderdaad tachtig jaar terug in de tijd. Het a-capella Little Sparrow werd even verstoord door een wild gitaarstemmende Bram van Moorhem. Stemmen was meteen ook het enige wat hij die avond niet onder de knie leek te hebben. We zagen een heel sterke performance die de lat voor de volgende acts meteen torenhoog legde.
Niet enkel visueel werden we van onze sokken geblazen. We hoorden immers een heel straffe versie van Who's To Say Part 1 uit de PA knallen en we waren onder de indruk van de manier waarop iedere muzikant zich binnen de band zo knap kon profileren zonder dat het als een samenraapsel ging klinken. De hemelse stem van Jorunn Bauweraerts vormde het antigif voor de als in kokende pek gedrenkte stembanden van de hoger vermelde Gunter Nagels. De aanwezigheid van Stef Kamil Carlens bij het laatste nummer maakte niet echt het verschil, maar dat het een performance was om nog lang over te praten, staat buiten kijf.
[pagebreak]Na de pauze zorgde Rodaan Al Galidi voor een welgekomen afwisseling in het muzikale programma. Voorlezend uit eigen werk kreeg hij het verwonderde publiek meteen mee. Galidi kwam erg spitsvondig en grappig uit de hoek, knap in een voor hem vreemde taal. Hoewel wij poëzie liever lezen dan beluisteren, was dit optreden een echte topper.
Maar lang konden we er niet bij stilstaan. In ijltempo werd een Fender Rhodes het podium opgesleept en enkele seconden later stond de volgende artiest al op de bühne. Cheval Blanc, de man waarover we vrijwel niks konden vinden, bleek een Will Oldham-lookalike te zijn, zowel wat betreft zijn uiterlijk als met zijn wereldvreemd gedrag.
Maar hoe introvert hij ook overkwam, Cheval Blanc had wel een duidelijke voorkeur voor distortion, zowat het meest extraverte effectpedaaltje dat we kunnen bedenken. En daar wrong het schoentje een beetje. Zowel de gitaar als de Rhodes zwom in de overdrive, en dat begon ons op den duur echt te storen. We willen zijn chansons graag nog een tweede kans geven op plaat, maar Cheval Blanc voor de tweede keer live zien, zien we niet echt zitten.
En dan was het tijd voor de hoofdschotel van dit “festival der verwondering”: Stef Kamil Carlens & The Gates Of Eden. De band zette meteen ijzersterk in met I and I, het prijsbeest uit 'Infidels'. We kenden dit al van ABtv, maar deze keer zagen we een zeer harde doch knappe vertolking.
Verder in het concert kregen we echter toch onze twijfels bij de band die Carlens achter zich heeft. Het gaat om de band die Arno al een tijdje met zich meeneemt, maar tijdens dit optreden bewoog de anders zo veelzijdige band als een log wezen door de setlist. Thomas Vanelslander was de enige die echt iets bijdroeg aan het totaalgeluid, en uitgerekend hij zat helemaal achteraan in de mix.
De songkeuze was goed, bij wijlen zelfs echt prachtig, maar alles werd overgoten met een saus van kitsch en log drumwerk, en dat kan Dylan nooit bedoeld hebben. Zelfs Blind Willie McTell, één van de beste nummers die ooit uit Dylans pen vloeiden, kwam fake over. Zet Aarich Jespers achter de drums en weerhoud enkel Banovic en Vanelslander, en het geheel zal meer tot z'n recht komen. Of zijn we nu traditionalisten?
Daarna maakten we nog even tijd om Blue Flamingo te vergezellen in de Club, en dat bleek al snel de moeite waard te zijn. Ertekin zette meteen de toon met een projectie van een film uit de jaren twintig, gecombineerd met een snuifje mambo en een vleugje swing. De 78rpm-platen werden keurig aan elkaar gemixt met dat andere schaarse goed: stilte. We waanden ons meteen in een rokerige club van een paar decennia geleden. Na nog een pintje en een babbeltje trokken we onze vest over onze oren en slopen we tevreden de Brusselse nacht in. Tot morgen!
No comments
Nieuwe reactie inzenden