Te elfder ure, na hun glansrijke zege op Humo’s Rock Rally, mag
Steak Number Eight als één van de eersten keet schoppen in de Marquee. Met de vingers in de neus en het groen van achter de oren wegkrabbend vuren de jongelingen het ene postmetalsalvo na het andere af. Dat er op dit vroege middaguur nog afgerekend moet worden met kleine technische mankementen weerhoudt de heren er niet van – alweer – een schitterende versie van hun eigen monument
The Sea Is Dying neer te poten. Als er geen herexamens zijn, zien we elkaar wellicht terug ergens op een weide in Hasselt half augustus.
Alweer te vroeg geprogrammeerd in de – voor dat moment – veel te grote Dance Hall weet
Foxylane zich bijzonder goed uit de slag trekken. Geen taferelen zoals we die er eerder op Pukkelpop in een overvolle Wablieftent zagen. Wel een scherpe en loeiharde set met voorspelbare hoogtepunten als het uiterst energieke
Shut Up Bitch en
Same Shirt die stilaan aardig op weg zijn zich de status van klassieker aan te meten. Wij staan alvast te popelen om op de tonen van die langverwachte eerste langspeler over de autoweg te scheuren.
Ondertussen stroomt de Club verrassend goed vol voor de uppercut van de middag.
Holy Fuck kleurt duidelijk buiten alle lijntjes. Met hun leger aan keyboards, een uit de kluiten gewassen drummer en een duo laptops brengt het kwartet ons een dosis eclectisch genot zoals niemand het omschrijven kan. Doorheen de set gaan de Canadezen helemaal in overdrive en komen zelfs onze beentjes los. Die constatatie spreekt boekdelen.
Hoge verwachtingen hebben we bij
Styrofoam. Die hoge verwachtingen krijgen nog een extra duwtje in de rug wanneer Eppo Janssen een verhaaltje in elkaar knutselt over échte pop die normaal enkel "over ’t water" gemaakt wordt. En Styrofoam zou die nu ineens tot bij ons brengen. Helaas lijkt alles een grote illusie wanneer Arne Van Peteghem de eerste lijnen uitkraamt. Arne en co groeien naarmate de set vordert, maar we hebben hier schijnbaar met een verouderde diesel te maken die wel heel veel tijd nodig heeft om op gang te komen. Instrumentaal zit het snor, maar de vocalen klinken schor. Laat het ons er op houden dat dit een eerste optreden was en dat er nog veel groeimarge is. Wij hopen alvast om later dit jaar alsnog van een even dromerige als mooie live presentatie van ‘A Thousand Words’ te mogen genieten.
“Zwart is hun muziek.” roept Eppo Janssen terwijl het vijftal uit Leeds het podium opklimt. In hun gekende wit-zwarte pak en bijhorende rouwband zorgt
iLiKETRAiNS met donkere postpunk-/postrocklandschappen voor een eerste bescheiden hoogtepunt in de Club.
Twenty Five Sins uit het machtige ‘Elegies To Lessons Learnt’ trapt (traditiegetrouw) de deur open, waarna een waas van melancholische, maar ingenieuze gitaren over de massa heen spoelt. De baritonstem van Dave Martin laat niemand onberoerd. Ondersteund door de krachtige blazerpartij (wat een strot!) zorgt
The Deception voor de nodige huiveringen. Net wanneer de heren volledig op dreef geraken, dreigt een opgeblazen versterker roet in het eten te gooien. Martin, die niet meteen de vrolijke Frans van het gezelschap is, probeert op krampachtige wijze het publiek in de zaal te houden waarna prachtige versies van de nieuwe single
We Go Hunting en het melodramatische
Spencer Perceval alsnog voor het nodige vuurwerk zorgen. Meer van dat en snel graag.
Vooral de elektronische kant van dit indoorfestival weegt door en dat zullen ze geweten hebben. De Dance Hall en Boiler Room lopen al snel vol met de liefhebbers der elektronische muziek. De heren van
Modeselektor zorgen in de vroege namiddag voor een opwarmer van jewelste. Een welgebrachte mix van hiphop en electro produceren ze met hun eigen ontwikkelde software en midi-controllers. De bassen dreunen zonder genade door het publiek dat zijn enthousiasme toont met luidkeels gejoel en diverse, soms wat vreemde danspassen. Het geheel wordt overgoten met selectieve, uitgelijnde visuals door medewerker Pfadfinderei, bekend van het beroemde Aaplogo.
The Bloody Beatroots maakten naam en faam met het remixen van tracks sinds 2007. Bob Rifo en Tommy Tea halen hun inspiratie bij oppergoden als Justice en Boys Noize. De trommelvliezen blijven dan ook niet gespaard tijdens hun performance. Loeiharde electro-punk, acid en wat ze zelf omschrijven als ‘Schizoid Sound’ wordt vanuit de stage gelanceerd. Mash Ups van onder andere Alex Gopher, Ethienne De Crecy, Timaland, Les Petits Pilous en South Central zorgen voor bekende tonen in nieuwe jasjes. Een bootlegversie van
Maniac (uit 'Flashdance') zorgt voor spontane euforie. Naar verluidt was zelfs auteur Michael Sembello himself in de wolken over deze versie. Compleet terecht wat ons betreft. Het album dat eind dit jaar zou moeten uitkomen, heeft bijgevolg hoge verwachtingen in te lossen.
Eppo dicteert. Onze man notuleert.
The Ting Tings worden aangekondigd als "the next big thing" en onze aandacht is dus meteen getrokken. De twee schoolvrienden uit Manchester zien er gewaagd uit en wagen het bovendien om ons meteen hun hitsingle
Great DJ! naar het hoofd slingeren. En hoe! De energie en de passie die zangeres Katie White met ons deelt, kennen we van Blondie. Een schoon snoetje, een handvol samples en intense riffjes doen de rest. We horen u al denken, “het zoveelste Britse elektropopbandje” maar niets is minder waar. Nummers als
That’s Not My Name en
Fruit Machine tonen de veelzijdigheid van het Britse duo. We horen flarden Polyester en CSS. Als ze dit verschroeiende tourtempo kunnen volhouden (ze touren al sinds 2007 non-stop), zijn ze in staat om vroegere big things als The Teenagers, The Wombats en Blood Red Shoes van de troon te stoten. Als Katie en Jules met hetzelfde enthousiasme de zomer intrekken, staan hen nog zeer mooie momenten te wachten. Wij willen er in ieder geval zeker bij zijn!
Met een filosofische invalshoek zorgt de Duitse producer
Anthony Rother voor een brok volwassenheid in de line-up. Hij is mee verantwoordelijk voor de electro-revival rond de eeuwwisseling. De live performance - hij heeft zich zowaar voorzien van een complete productie-studio op het podium - is opgebouwd uit repetitieve, mechanische beats met robotgeluiden en straalt een futuristische sfeer uit. De teksten, gezongen door de vocoder, behandelen vaak de vooruitgang, de relatie mens-machine en de computers in de samenleving. Eén van zijn grootste invloeden is ook - hoe kan het anders - Kraftwerk. De massa liefhebbers slikken het als zoete koek, en zijn beroemde
Back Home wordt dan ook luidkeels ontvangen en meegebruld. "All the things we see are memorized inside./ All the things we do, have done, are memorized in time."
Zo’n vijftien jaar nadat Sonic Youth drummer Steve Shelley dit Amerikaanse trio omarmde, staat
Blonde Redhead er meer dan ooit. Vorig jaar nog lieten ze het behoorlijk fantastische ‘23’ op de massa los, waarop ze haast non-stop de wereld rond trokken. De talloze live shows op hun conto spelen in dit geval in hun voordeel. Hoe experimenteel de muziek ook is, deze band staat op scherp en er wordt meesterlijk gemusiceerd. Hoewel het geluid in de galmbak die de Marquee is, niet altijd meezit, sloven de broertjes Pace en Kazu zich uit om de show tot een coherent en samenhangend geheel te maken. En daarin slagen ze ook. De band zweeft in hun eigen, gekende, wazige roes doorheen het laatste album, met af en toe een uitschieter in de vorm van Pace die wild op zijn gitaar gaat slaan, op zijn knieën wegduikt of Kazu die aan de haal gaat als barbiepop met ADHD. Uit de set onthouden we voornamelijk de live versies van
Spring And By Summerfall,
Dr. Strangeluv en afsluiter
23. Live klinken die nummers nog geraffineerder klinken dan ze al doen op plaat. Graag zien wij dit trio dan ook nog eens terug in een club waar ze geen tijdsschema hoeven te respecteren.
[pagebreak]
Ook Canada brengt indrukwekkende elektronische producers voort. Denk maar aan Tiga. Ook
MSTRKRFT (lees: Master-kraft) is daar een goed voorbeeld van. Zowel eigen producties als remixes allerhande staan op hun repertoire. Sinds hun bewerking van Wolfmothers
Woman werden ze bekend bij de massa. Sindsdien serveerden ze de ene hit naar de andere met bewerkingen van Juliette and the Licks, Bloc Party, Gossip, Justice, onze eigen Goose en nog een complete waslijst. Live lossen ze alle verwachtingen in met een mix van hun bekende hits of samples daarvan en nieuw materiaal. De zaal stroomt ondertussen zo goed als vol, de mensen zijn laaiend enthousiast en trakteren de heren op een juichsalvo bij elke climax en opbouw.
Met ‘Mountain Battles’ nemen
The Breeders, twintig jaar na hun debuutplaat ‘Pod’ en zes jaar na hun derde plaat ‘Title TK’ de draad weer op. Dat de zusjes Deal nog niet aan populariteit hebben ingeboet, bewijst een – voor de eerste maal – bijzonder goed volgelopen Marquee. Goedlachs en vermoedelijk gedrenkt in alcohol of andere verdovende middelen zet het gezelschap een rommelige set in. Het is wachten tot de klassiekers alvorens er enige vorm van interactie met het publiek ontstaat. Voornamelijk de singles uit het doorbraakalbum ‘Last Splash’ worden gesmaakt.
Divine Hammer en later
Cannonball brengen het publiek even in een nostalgische ninetiesroes. Maar de pret is niet van lange duur. Een slechte geluidsmix zorgt ervoor dat het grootste deel van de nummers volledig de mist ingaat. Kelly’s gitaar overstemt bij momenten het geheel zodanig dat er amper iets overschiet van wat de anderen uit hun instrumenten toveren. Wanneer er uiteindelijk ook nog eens beslist wordt een deel van de songs akoestisch te brengen, is het hek helemaal van de dam. Wat hét hoogtepunt van de avond had moeten worden, verschraalt tot een rommelige geluidsbrij met af en toe een uitschieter zoals bijvoorbeeld
Overglazed,
German Studies (in het Duits gezongen) en
It’s The Love uit het nieuwe album. Verder wordt met dit optreden het clichébeeld van de manische zusjes Deal nog maar eens in de verf gezet. Luid proestend, giechelend en kibbelend verlaten ze na een klein uurtje het podium. Een gemiste kans noemen we zoiets.
Cassius zorgde eerder al voor vreemde blikken met bijhorende opgetrokken rechterwenkbrauw. Het blijkt dat ze (of is het hij?) het succes van weleer willen misbruiken. Het niveau van zowel het laatste album als deze set zijn dan ook ver te zoeken. Wat eens één van de pioniers van een nieuwe golf French House was is herschapen tot een vluchtig samengeraapt, gammel geheel van oude, nieuwe en vooral populaire invloeden. Harde distorted electro met zware climaxen zijn in? Ok, we can do that. De set wordt dan ook een mengeling van electroplaatjes met daartussen een batterij eigen samples. Not impressed.
De groene geneesheer en brenger van de betere electro
Dr. Lektroluv presenteert opnieuw zijn kennis en kunnen voor een hongerig publiek. Niet alleen electro passeert de revue. Hij vertelt een mooi verhaal over dalen met vocale meezingers en pieken uit onversneden techno. Zoals altijd heeft de DJ weer zijn beroemde groene masker op, gebruikt hij de telefoon als headset en draagt hij wat lijkt op een semi-glimmend hemd. De liefdesboodschap mag uiteraard niet ontbreken: de boodschap van zijn handen in de vorm van een hartje wordt door duizenden beantwoord. De dokter eindigt de set met het heerlijke
My Moon, My Man. De remixer ervan begint de zijne met dezelfde sample.
Het Duitse
Boys Noize (Alexander Ridha voor de vrienden) bracht reeds nummers uit onder Kitsuné Music, Tiga’s Turbo Records en DJ Hell’s International Deejay Gigolo Records voor de man in 2005 zijn eigen label Boys Noize Records uit de grond stampte. Onder zijn remixhamer vielen namen als Tiga, Para One, Justice, Depeche Mode maar ook indierock als
Banquet van Bloc Party en
Everyday I Love You Less and Less van Kaiser Chiefs. Zijn debuutalbum 'Oi Oi Oi' werd enthousiast onthaald en zorgde voor bevestiging van zijn kunnen. De set is daarvan dan ook het verlengde. Met amper een standaard dj-booth zorgt Boys Noize voor een heel actieve en gevarieerde set met een aantal technische hoogstandjes. He knows what he’s doing.
Ondertussen legt
José Gonzalez zijn zieltje bloot in de Club. Jammer genoeg overheerst ook hier het geroezemoes dat we eerder al in Brugge zagen. Gonzalez’ muziek komt zo helemaal niet tot z’n recht en daarbij komt nog eens dat hij intussen nauwelijks iets aan z’n set heeft veranderd. De Joy Division-cover,
Heartbeats: één voor één staaltjes van 's mans kunnen maar verrassen zit er in de huidige omgeving niet in.
Een shot drum ‘n’ bass in een namiddag van electro-tunes zorgt voor een verfrissende afwisseling en Paul ‘El Hornet’ Harding, een deel van
Pendulum, één van de best verkopende drum ‘n’ bass groepen aller tijden, kwijt zich met verve van die taak. Na de remix van The Prodigy’s
Voodoo People was het hek van de dam en het album 'Hold Your Color' zette hun naam op de lijst der groten. Vol verwachting wordt gewacht op de DJ set van El Hornet, maar al snel blijkt dat de installatie voor spelbreker speelt. Bassen en hoge tonen zijn goed te horen, maar wat ertussen ligt valt weg in een donker gat. En dat ondervinden we vooral tijdens de legendarische climaxen die de Pendulumsound definiëren. De gigantische ontploffingen blijken slechts pufjes. Het enthousiasme daalt drastisch. Het probleem ligt duidelijk bij de dj booth of het signaal want de immer onverstaanbare en soms ronduit storende verbale uitspattingen van MC Jakes zijn wél overduidelijk hoorbaar en zorgen bij momenten voor oorpijn. Verdict? Pendulum is waanzinnig lekker voor een heel breed publiek, maar dan wel met een deftig afgesteld geluid en bij voorkeur zonder gekwetter. Het publiek doet desalniettemin zijn best. De oproep van MC Jakes "to make the most noise in the motherfucking building" wordt door de massa beantwoord met een oorverdovend gejoel.
Ook de beats and bleeps van
Alter Ego komen nog aan bod, gevolgd door de altijd lekker smakende
Erol Alkan, een DJ-set (of moeten we zeggen Abletonklikkerij) van onze eigen trots
Goose en een bezoek van
Carl Craig, de legendarische technoproducer uit Detroit. Studio Brussel’s
Nadiem Shah mag de avond van afterparty voorzien en afsluiten. Always a pleasure.
No comments
Nieuwe reactie inzenden