Opeth De schone en het beest vereenzelvigd in één man

26 November 2008 - Ancienne Belgique, Brussel
Opeth
De massale opkomst in een net niet uitverkochte AB bewees dat metal niet langer een obscuur genre is waar een minderheid naar luistert. Stilaan groeit het besef, ook bij een groter publiek, dat harde muziek zowaar ook technisch onderbouwd kan zijn en intelligente teksten kan hebben. Het Zweedse Opeth, dat inmiddels achttien jaar aan de weg timmert, begint na jaren van intensief toeren eindelijk de erkenning te krijgen dat het verdient. Maar alvorens de sympathiekste metaltroubadours van Zweden te aanschouwen, kregen we nog twee supportbands voorgeschoteld, die onze lijf en leden mochten opwarmen.

De eerste in de rij was het Duitse The Ocean, dat een hele rits genrenamen opgekleefd krijgt, gaande van sludge tot metalcore. Wie zijn metalcore graag heeft met veel gedempte en hakkerige riffs, weinig melodie en diepe grunts, zal het smaken. Persoonlijk vonden we het echter nogal eentonig en hadden we het moeilijk om de band onze volledige aandacht te schenken. Het laatste album van The Ocean zou veel atmosferische songs bevatten - tevens de reden waarom deze mannen de shows van Opeth mochten openen - maar daar konden we dus niets van merken.

Neen, geef ons dan maar Cynic, een progressieve en technische deathmetalband uit Florida die qua muziekstijl heel dicht aanleunt bij de hardere nummers van Opeth. Daarom was het een uitstekende keuze om deze jongens mee te nemen op tournee.

Hoewel er maar liefst vijftien jaar verstreek tussen hun enige twee platen, waaronder hun nieuwe album ‘Traced In Air’ dat nog maar onlangs verscheen, waren er geen stijlbreuken te horen en was de band goed op elkaar ingespeeld. Het geluid zat snor en de zangstijl van de gitaristen, die elk om beurt de honneurs van de vocalen waarnamen, kondigde reeds de band aan waarvoor het publiek uiteindelijk gekomen was.

Met een ongekend enthousiasme werden de muzikanten van Opeth dan ook toegejuicht toen ze de bühne betraden. Na de intro op tape opende de band met Heir Apparent van de nieuwe plaat ‘Watershed’. Pas bij het derde nummer sprak de immer charmante frontman Mikael Äkerfeldt het publiek toe en bedankte hij hen om te komen. Daarnaast excuseerde hij zich voor hun afwezigheid op Graspop, voorbije zomer. En na het spelen van Godhead’s Lament, uit hun album ‘Still Life’ van 1999, was het nog eens tijd voor een nieuwe song, The Lotus Eater, inclusief de hypnotiserende pianoriedel halfweg.

De set was uitstekend uitgebalanceerd, want met Hope Leaves kregen we een rustig nummer, waarbij het puur genieten was van Äkerfeldts volle stemgeluid, begeleid door een lichtshow die een prachtige kleurenmozaïek tevoorschijn toverde op Opeths zwierige logo. Het loepzuivere geluid tilde deze prestatie nog een klasse hoger.

Opeths pièce de résistance Deliverance werd bijzonder laconiek aangekondigd door de frontman: “Do you take me seriously when I say it’s a masterpiece?” Dit nummer bewijst tevens ‘s mans zangcapaciteiten, waarbij hij moeiteloos overgaat tussen grunt en cleane zang. En dan hebben we nog niets gezegd over zijn gitaarspel.

Deliverance ís een meesterwerk en Äkerfeldt is de perfecte frontman die muzikaal indruk maakt en de fans volledig inpakt met zijn attente en grappige aanpak. Een optreden van een klasseband om in te kaderen, dus.


29 November 2008
David Ardenois

No comments

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • U mag PHP code gebruiken. Daarvoor moet u <?php ?> tags gebruiken.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Meer over deze artiest


Aanraders