Cactusfestival Roots, funk en dans

13 Juli 2008 - Minnewaterpark, Brugge
Cactusfestival Het zonnetje schijnt als we het Minnewaterpark betreden voor de derde en laatste dag van Cactus 2008. Onze jeansbroeken zijn nog vuiler en tevergeefs zoeken we naar zitvlaaien. Maar we zijn hier uiteraard voor de muziek, de muziek en niets anders dan de muziek. En de affiche beloofde niks dan goeds.
Het Amerikaanse Phosphorescent mocht de vermoeide zielen als eerste proberen te verwarmen. De groep rond zanger/gitarist Matthew Houck wordt dikwijls vergeleken met Bonnie ‘Prince’ Billie en dat bleek niet geheel onterecht. Phosphorescent deelt met die laatste niet alleen de subtiele “knik” in de stem, maar ook de donkere, wanhopige thematiek. Prachtige songs passeerden de revue. Bij Mermaid Parade kregen we het warm en koud tegelijk, bij Torn Up Praise kregen we de krop in de keel en bij het wondermooie Wolves werden er een paar traantjes weggepinkt. In de setlist was er ook plaats voor een mooie cover van Lucky That Way van Dwight Yoakam, een nummer dat Houck naar eigen zeggen veel speelt. Als afsluiter kregen we nog een smorend South (of America) voorgeschoteld. Een louterende ervaring, een prachtig optreden. Voor rootsliefhebbers was de slotdag overigens dé dag bij uitstek. Na Phosphorescent kregen we ook nog de uitstekende “Denver-based” band DeVotchka voor onze neus. Het geluid was in het begin zeer teleurstellend, een probleem waar Cactus dit jaar blijkbaar meer mee te maken had dan ons lief was. Head Honcho werd ondanks dat probleem met de nodige bezieling gebracht. Toch waren we niet onmiddellijk overtuigd van de op plaat nochtans uitstekende band. Gelukkig werden onze gebeden verhoord en ging zowat alles erop vooruit. Het geluid werd beter en de band werd coherenter. Op knallers zoals I’m Leaving en How It Ends hadden we helemaal niets meer aan te merken. Een teleurstelling was Enemy Guns, volgens ons nochtans van het beste wat DeVotchka te bieden heeft. Dit keer stond de gitaar echter veel te stil, waardoor het fenomenale nummer niet knalde zoals het hoorde. Visueel zat het allemaal wel goed. De obligate bombardon en een danseres die halsbrekende toeren uithaalde, maakten het optreden enkel nog aangenamer. Ondanks de pech toch een meer dan behoorlijke passage. Shantel, die andere Balkanheld, had niet te kampen met de geluidsproblemen en voerde zijn Bucovina Club Orkestar aan in een mix van rock, balkanbeat en zigeunergezang. Na de verwelkoming op Planet Paprika werden we overstelpt door de hyperactieve dreunen van het zigeunerorkest. De eerste rijen van het publiek werden naar goede gewoonte op wodka getrakteerd, terwijl het feest keer op keer bleef losbarsten. Disco Boy en het fantastische Disko Partizani passeerden allemaal de revue. En dat alles terwijl de koning van de Balkanbeat stuiterde tussen gitaar en percussie. Superlatieven zijn niet goed genoeg voor de toeren die Shantel in Brugge heeft uitgehaald. Hij zette het park in vuur en vlam, en dat om drie uur in de namiddag. “De perfecte soundtrack voor een zwoele zomerdag”, zo werd Arsenal aangekondigd. En inderdaad, de zon scheen en we raakten in trance door de hete ritmes van Saudade, Lotuk en Estupendo. Dat Arsenal een publieksfavoriet is, was te merken aan de bevolkingsdichtheid ter hoogte van het eerste deel van het park. Gedurende het hele weekend was die dichtheid zelden zo hoog als tijdens Arsenal. Met zowel ouder als nieuwer werk werd lustig meegebruld en gedanst. Het publiek was al boven temperatuur gebracht door Shantel, Arsenal zette die trend lustig verder. Wij lieten onze donkere geest even gaan en dronken nog een glas frisse mojito. [pagebreak] Een gedurfde zet was het wel, The Kills programmeren na de twee meest optimistische bands van het weekend. De donkere rock-’n-roll van Jamie Hince en Alison Mosshart contrasteerde sterk met de uitgelaten sfeer van eerder op de dag. Maar het werkte wonderwel. Het sexy duo zorgde meteen voor de nodige ambiance door te starten met de single U.R.A. Fever. Riskant, maar doeltreffend, want het hele publiek was één en al oor. Niet meteen even toegankelijk voor iedereen baanden The Kills zich een weg door hun oeuvre. Kissy Kissy werd van vlammende gitaren voorzien, net zoals Dropout Boogie van Captain Beefheart, dat eindigde in een zee van feedback. En altijd weer denderde die genadeloze drumcomputer voort, als was het een hartslag. Rock-’n-roll was zelden zo heet en uitdagend. De grootste teleurstelling van het festival heette Sophia. De nummers waren er, maar de strijkers maakten ze wat klef, naar onze smaak. Wat ook erg tegenviel was het arsenaal bindteksten van Robin Proper-Sheppard. Een eindeloos gezaag over “white socks” en “waffles” hing ons waarlijk de keel uit en verpestte een groot deel van het concert. Voor sommige muzikanten zijn bindteksten inderdaad eerder een vloek dan een zegen. The Sea werd ondanks al het voorgaande toch mooi gebracht. Een hoogtepunt in de matige set was Oh My Love, de single uit 2004. Ook Razorblades is ons bijgebleven. Maar het machtigste nummer uit de set was zonder twijfel de afsluiter The River Song, op zo’n innige manier gespeeld dat bijna al het voorgaande uit onze herinnering werd weggeveegd. We willen Sophia zeker nog eens terugzien, maar dan in een gezellige zaal en zonder de strijkers. In die omstandigheden zijn ze beslist beter. Bootsy Collins & The Hardest Working Band was op papier al een legendarisch optreden. De verwachtingen waren hoog gespannen. Iedereen verwachtte een glittershow met Bootsy’s virtuoze basspel in het middelpunt van de belangstelling. Dat de originele James Brown-ritmesectie aanwezig zou zijn, was op zich al een sensationeel vooruitzicht. Maar nee, dit keer geen pompeuze aankondigingen, maar een Bootsy die even zijn ervaring met James Brown kwam vertellen. En dat alles vooraleer er één noot gespeeld was. “Vreemd” is hier nog zacht uitgedrukt. Als klap op de vuurpijl werden de eerste paar nummers gespeeld door muzikanten bekend van Public Enemy. Flarden van Pass The Peas vlogen voorbij. Die leken dan ook het signaal voor Fred Wesley, de originele trombonist van James Brown, om op het podium te komen en om enkele virtuoze solo’s ten gehore te brengen. En alsof nog niet genoeg funklegendes op het podium stonden, kwamen ook Bootsy en Vicky Anderson, voormalig lid van James Brown’s Soul Sisters het podium opgeklommen. Samen met een te kitscherige JB-imitatie (die verder z’n werk meer dan goed deed) denderde de all-star band door Sex Machine en andere Brown-stompers. Het werd eerlijk gezegd soms een gimmick, maar het bleef immer steengoed. Toen aangekondigd werd dat de afsluiter van Cactus luisterde naar de naam Paul Weller deden wij en menig ander muziekliefhebber een vreugdedansje. Toen we vernamen dat de deal dan toch niet doorging, waren we dan ook meer dan teleurgesteld. De vervanger, de Senegalese Youssou N’Dour, vonden wij niet echt een waardig alternatief. “Maar waarom ook niet”, denkt een mens dan. Met de sterke ritmesectie van zijn “Super Etoile de Dakar” kon dit nog wel eens een feestje worden. De pret werd echter al meteen gedrukt door de vertraging van de afsluiter. Drie kwartier vonden wij er meer dan over. In vol ornaat kwamen N’Dour en de zijnen dan toch het podium op. Het park werd getrakteerd op de typische Youssou N’Dour-sound. Waar iedereen stiekem op wachtte, was Seven Seconds, het bekendste nummer uit het hele oeuvre. Hierna hielden vele festivalgangers het voor bekeken. Wederom een geslaagde editie van Cactus was voorbij. Ook wij trokken terug naar onze tent en dronken naar goede gewoonte nog een pintje op het voorbije weekend.

13 Juli 2008
Dimitri Muylaert - Foto Nicolas Lammens

No comments

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • U mag PHP code gebruiken. Daarvoor moet u <?php ?> tags gebruiken.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Meer over deze artiest


Aanraders