Rinocerose Rin???r?se

V2
Rinocerose Sommige zaken kan je maar beter niet mengen. Pillen en alcohol bijvoorbeeld. Of chocolademelk met cola. Maar hoe zit dat nu met een cocktail van techno en rockmuziek? Rinôçérôse is een Franse band die zich al tien jaar bezighoudt met het heruitvinden van de electronische muziek. Anno 2006 gooien ze scheurende gitaren en technomuziek in de mixer en brengen ze hun zelfgetitelde album op de markt.
Gewapend met enkele maagtabletten geven we de nieuwste Rinôçérôse een kans. Na een eerste beluistering blijkt dat het album te kampen heeft met een manische depressie. Het bereikt ongekende hoogten maar zakt dan enkele minuten later als een Engelse jellypudding in elkaar. Variatie is algemeen beschouwd een pluspunt, maar deze plaat is qua genres zo schizofreen dat we niet weten van welk hout pijlen maken. Op hun best klinkt Rinôçérôse als St. Germain en Laurent Garnier. Loungy, zomers en dansbaar, met heerlijke trompetten en panfluiten. Vooral over Le Triangle en Mes Vacances A Rio zijn we zeer te spreken. Iets harder gaat het er aan toe in La Guitaristic House Organisation. Hier zijn de techno-invloeden duidelijk hoorbaar. Toch stoort dit niet en is het nog een genietbaar nummer. In hun minder creatieve momenten produceert Rinôçérôse muzikaal behangpapier. Machine Pour les Oreilles en Inacceptable zijn niet onaangenaam, maar blijven hangen doen ze ook niet. De nummers zijn geschikt als achtergrondmuziek maar, zoals dat bij ambient vaak het geval is, aandachtig luisteren doe je niet. Toch mogen we een belangrijk ingrediënt uit onze mixer niet over het hoofd zien. Jawel, “rock”. Radiohitje Bitch, dat lekker swingt, buiten beschouwing gelaten bakken de fransozen hier niet al teveel van. Cubicle is een kruisbestuiving tussen The Infadels en Danko Jones, en hoe succesvol deze namen apart ook zijn, een duet hoeft er wat ons betreft niet van te komen. Net als je het refrein van Jagger 67 wil inzetten gaat de hele melodie verloren in een stel scheurende gitaren. My Demons klinkt, godbetert, als Roxette in hun begindagen en Get Ready Now lijkt een spacy versie van Garbage. Om bij het vuilnis te zetten dus. Le Rock Summer en Lost Love passen dan weer probleemloos binnen het concept van Studio 54. Discobollen en die typisch kitscherige ritmes, alle clichés worden op een hoopje gegooid. Je moet al van Mars komen om in het eerstgenoemde nummer niet het themadeuntje van Shaft te herkennen. Een mens zou zich van minder spontaan in een dwangbuis hullen. Verwarring is ons deel. Rinôçérôse bewijst dat het best kwaliteitsvolle muziek kan afleveren, maar evengoed dat het bij momenten de bal compleet mis slaat. Het lijkt alsof ze zelf nog niet beslist hebben voor welk genre ze nu willen gaan. Na tien jaar zou dit toch een uitgemaakte zaak moeten zijn.

27 September 2006
Debby Vervoort

No comments

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • U mag PHP code gebruiken. Daarvoor moet u <?php ?> tags gebruiken.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Aanraders