Espers III

Wichita Recordings
Espers
In ons land is de folkband Espers nauwelijks bekend, maar in de VS, en zeker in hun thuisstad Philadelphia, hebben ze best wel veel succes. De band, opgericht in 2002 als een trio en ondertussen zes man sterk, is een van de gangmakers in de Amerikaanse indiefolk. ‘III’ is hun vierde (!!) album.

‘III’ begint met I Can’t See Clear, een rustig nummer dat meteen duidelijk maakt welke richting de band uit wil: toegankelijke muziek met een positieve toon. I Can’t See Clear laat geen ruimte voor experiment en geknutsel. Espers kiest ook hier voor Britse folk uit de late sixties: rechttoe-rechtaanmuziek, zonder overbodige, muzikale fantasietjes die de sound beïnvloeden.

In The Road Of Golden Dust, het tweede nummer op de plaat, valt ons vooral de snerende gitaarsolo op. Die staat in schril contrast met de wel erg serene begeleiding en dito zangpartij. Het is alsof de solist zich even een leadgitarist van een rockband waant en de rest van de muzikanten dat idee niet willen volgen. Het gitaargeweld duurt echter niet lang: Caroline, een zacht duet, brengt opnieuw rust.

De plaat is tien nummers lang, en het is pas bij nummer vijf dat we voor het eerst wat weerhaakjes horen. That Which Darkly Thrives is minder rechtlijnig dan zijn voorgangers op de plaat, en blijft langer hangen. De klank wordt ruiger – wat wil je ook met zo’n titel - en we horen voor het eerst een echte opbouw in een nummer. That Which Darkly Thrives is dan ook het eerste nummer dat blijft hangen. De toegankelijkheid van de voorafgaande nummers maakt immers dat je ze meteen ook weer vergeet.

De volgende weerhaakjes vinden we in Another Moon Song. Opnieuw zorgen de rustige begeleiding, de scherpe gitaren en de fragiele zang voor tegenstrijdigheden en contrast. De strijkers duwen het nummer richting melancholie en zorgen voor een zeldzame sombere noot op ‘III’.

Het album sluit af met Trollslända, een nummer waar je doorheen gaat als een mes door boter. De gitaren spelen weer een hoofdrol, maar dat trucje kennen we ondertussen al. Het nummer is dan ook niet meer dan ‘één van de tien’.

Espers heeft met ‘III’ tien mooie nummers opgenomen. Toch blijven we wat op onze honger zitten. We missen variatie in het album. Het is alsof de tien nummers elk een passage zijn uit één groot werk. ‘III’ blijft niet hangen, kent geen hoogte- of dieptepunten. Het album is zoals de Belgische kust: volledig egaal en goed voor één dag, maar je wil er geen hele vakantie doorbrengen.


27 December 2009
Mattias Devriendt

No comments

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • U mag PHP code gebruiken. Daarvoor moet u <?php ?> tags gebruiken.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Meer over deze artiest


Aanraders