Zelden zijn we zó wakker geworden van een wekker als ‘Silent Alarm’, voor de Eastenders van Bloc Party de debuutplaat, voor ons het beste Angelsaksische exportproduct sinds de onaantastbare Stone Roses. We hebben het schijfje gesnoozed dat het een aard had en we hopen van u hetzelfde. Het bleef een eind stil, maar nu is er het lang verwachte nieuwe werk op de markt: 'A Weekend in The City'.
Een zanger kunnen we Kele Okereke bezwaarlijk noemen. Kelen, roepen, declameren, huilen, tieren of kortom alle mogelijke vocalen die een mens durft voortbrengen als ie glas eet, verenigt hij in z’n liederen. Het zijn zijn goed doordachte mantra’s, gevatte oneliners en ongelooflijk terechte blues die ons wederom het gewenste delirium bezorgen. Aangevuld met een ritmesectie die wel duizend apen van de noordpool terug naar het oerwoud stuurt en een gitaar die nooit van deze wereld zal zijn maar The Edge toch een kleine piratenschat verschuldigd is, slaagt hij erin z’n toehoorders te boeien in een houdgreep die zelfs een kei als Jean-Marie De Decker niet kan breken.
Anders dan hun eerste, greep de jongeling ons niet meteen bij de keel, maar verplichtte de plaat ons enig latent aanwezig geheugen aan te spreken.
Kreuzberg doet ons er bijvoorbeeld aan herinneren dat we ooit – onder vrienden, dus hou het stil als het even kan – een geheim pact sloten om de wereld te veranderen als we vijfentwintig werden. Enfin, de laatste 20 seconden van het nummertje zouden wij perfect gemixt hebben aan Mew’s
The Zookeepers Boy.
Bloc Party ziet het enigszins anders met
I still remember als follow-up en dat is een nog betere én bovendien dansbare keuze.
Enola Gay is nooit ver weg maar toch genoeg heen. In het openingsnummer
Song for clay (disappear here) doet Okereke heroïsch z’n opperbest onze zieke tijden te redden van een Babylonische ondergang met enkele gezóngen probeersels. Na een minuutje redden de overige Blocs hem én ons van nog diepgaander verderf."East London is a vampire, it sucks the joy right out of me" is een gewettigde reden.
Meteen is de link gelegd tussen rock – kleine ‘r’ alsjeblieft – en drum ’n bass.
Hunting for witches had beter op zichzelf gejaagd,
Waiting for the 7:18 dwingt ons de heks
33 van Smashing Pumpkins te vermelden en in één ruk ook de lange wachttijden in Soho, alsook
Clocks van je weet wel. "Let’ drive to Brighton on the weekend" maal duizend blijven Kele en na hem ook enkele vogels kelen.
Eerlijk,
Banquet en
Helicopter waren volgens ons ook goeie teaser singles voor de eerste plaat, maar
The Prayer als nieuwe voorbode kiezen is pure marketing en kan onze rug op. We prijzen ons gelukkig met het plebs van de plaat. En hopelijk nog meerdere, entertain us!
No comments
Nieuwe reactie inzenden