Volgens de groep, bestaande uit vijf leden die zich allemaal met tweeënveertig andere projecten in eigen land bezighouden, moet deze ‘Pólýfónia’ toegankelijker zijn dan zijn voorganger negen jaar geleden. Bof, we zouden het niet zelf beweren. Maar echt ontoegankelijk hebben we hen nooit gevonden. De melodieën gaan van meeslepend en groovy tot prettig gestoord en gewoonweg poppy. En aan dat orgel wen je buitengewoon snel.
Opener Babbage start nog als guitige Stereo Total-gekheid, maar wanneer er plots een volledige symfonie volgt weet je dat dit meer is dan een goed verpakte grap. Hoe de hardcore gitaren in Cargo Frakt gecombineerd worden met Telexvocoders en Kraftwerkriedeltjes kunnen we alleen bestempelen als “subliem”. En hoe enkele gammele, van de storthoop geredde orgeltjes voor een diepe melancholische toets kunnen zorgen in een nummer als Konami, je moet het met eigen oren gehoord hebben.
In Pentatronik houdt een met precisie opgebouwde spanningsboog ons op het puntje van onze stoel. Alsof het de soundtrack betreft van een Darren Aranfsky-thriller. Schreeuwende gitaren en donderende drums verlossen ons in een heftig duet.
En zo gaat het hele album verder. Wij hebben ons niet één keer verveeld. Wie nog durft te beweren dat een orgel oubollig en oersaai is, mag je volgende keer aan een luistersessie onderwerpen. Jongeren stromen de kerken weer binnen. Niet op zoek naar zichzelf. Op zoek naar de orgelist. Amen.
No comments
Nieuwe reactie inzenden